Archief van October, 2007

Bouwleges in nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening

Tuesday 30 October 2007

Onlangs publiceerde de Vereniging Eigen Huis de resultaten van een onderzoek onder 40 gemeenten naar bouwleges. De VeH spreekt van onaanvaardbare verschillen en stelt dat de prijsverschillen voor lichte bouwvergunningen nog nooit zo hoog zijn geweest. Waar de Rotterdamse burger € 411,30 aan leges betaalt voor een nieuwe dakkapel, is een Leidse inwoner slechts € 33,35 kwijt. Ook in andere opzichten houden bouwleges de gemoederen bezig. In de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening, die in 2008 in werking treedt, is een bepaling opgenomen waarin staat dat bij een niet actueel bestemmingsplan de bevoegdheid tot legesheffing vervalt. Recent deed de rechtbank in Almelo een uitspraak hierover (Rb. Almelo 30 augustus 2007, ljn BB2641).

Wat was er aan de hand? Een inwoner van Hof van Twente vindt het niet terecht dat de gemeente hem leges in rekening heeft gebracht in verband met een gevoerde vrijstellingsprocedure. De inwoner voert aan dat hij het onterecht vindt dat hij voor de vrijstellingsprocedure leges moet betalen omdat de gemeente heeft nagelaten om het bijna 20 jaar oude bestemmingsplan tijdig, namelijk na 10 jaar, te herzien. De inwoner heeft hierbij ook gewezen op de nieuwe Wet op de ruimtelijk ordening (Wro), die in 2008 in werking zal treden. Over de leges die samenhangen met de kosten voor de bouwvergunning zelf (€ 303,80) zijn de gemeente en de inwoner het overigens wel eens. Het gaat de inwoner alleen om de kosten die verband houden met de gevoerde vrijstellingsprocedure € 256,95). Hiermee worden de kosten voor een bouwvergunning verhoogd indien de aanvraag betrekking heeft op een bouwplan waarvoor een vrijstelling moet worden verleend op grond van art. 19 lid 3 Wet op de ruimtelijke ordening.

Overschrijden
In de huidige Wet op de ruimtelijke ordening is in artikel 33 een termijn van 10 jaar opgenomen waarbinnen bestemmingsplannen moeten worden herzien. Hiermee wil de wetgever bevorderen dat bestemmingsplannen actueel blijven. De in dit artikel genoemde termijn is echter een termijn van orde, dat wil zeggen dat er geen gevolgen aan zijn verbonden als gemeenten de termijn toch overschrijden.
Een termijnoverschrijding heeft dan ook geen gevolgen voor de heffing van leges. In de nieuwe Wro vervalt de bevoegdheid tot legesheffing als een bestemmingsplan niet tijdig wordt geactualiseerd (art. 3.1 lid 4 Wro). Dat wil zeggen dat niet voor het verstrijken van een periode van 10 jaar een nieuw bestemmingsplan is vastgesteld of een verlengingsbesluit is genomen.
De inwoner stelt dus dat hieronder ook de leges voor een vrijstellingsprocedure vallen en dat de gemeente op deze wetswijziging had moeten anticiperen en het al had moeten toepassen. In de Tweede Nota van wijziging (Kamerstukken II 2003/04, 28 916, nr. 9) is hierover het volgende opgenomen: ‘Zoals hierboven bij het projectbesluit reeds is opgemerkt, vergen de rechtszekerheid en de ruimtelijke samenhang actuele bestemmingsplannen.
De wet moet daarom die actualiteit waarborgen en voorzien in een actieve houding van bestuursorganen. Ik ben tot de conclusie gekomen dat de borging van de actualiteit van bestemmingsplannen kan geschieden door enerzijds de mogelijkheid van verlenging van de tienjaarsperiode met een vereenvoudigde procedure te introduceren en anderzijds financiële prikkels in te bouwen die een actieve naleving van de actualiseringsverplichting bevorderen.’ In de lijn van de wensen van de Kamer, het advies van de Raad van State en de vele maatschappelijke reacties voorziet deze nota van wijziging in een aanpassing van het wetsvoorstel zonder dat deze de doelstellingen van het wetsvoorstel op die onderdelen afzwakt. De nota van wijziging bewerkstelligt dat de gemeenteraad, indien hij tot het oordeel komt dat het bestemmingsplan, zoals het daar ligt, nog actueel is, na een eenvoudige procedure kan verklaren, dat het bestemmingsplan nog steeds voldoet aan de eisen die een goede ruimtelijke ordening in het plangebied stelt.

Beroep
De besluitvormingsprocedure bevat waarborgen voor de gebruikelijke inbreng van betrokkenen en de mogelijkheid van een rechterlijke toetsing van het besluit (…)’. De gemeenteraad kan dus ook via een eenvoudige procedure verklaren dat het bestemmingsplan nog steeds voldoet aan de eisen die een goede ruimtelijke ordening in het plangebied stelt: een verlengingsbesluit. Bij zo’n besluit beoordeelt de gemeente of het bestemmingsplan dat ouder is dan 10 jaar, inhoudelijk ook verouderd is. Tegen dit verlengingsbesluit staat ook beroep open. De rechtbank oordeelt in dit geval dat de gemeente er niet in is geslaagd deugdelijke en onderbouwde argumenten aan te voeren die de heffing van leges voor de vrijstellingsprocedure kunnen rechtvaardigen. De gemeente heeft immers nagelaten om het bestemmingsplan tijdig te herzien. De rechtbank is het met de inwoner eens dat het geldende bestemmingsplan bijna 20 jaar oud is, als gevolg waarvan vrijstelling van dat plan (eerder) nodig zal zijn. De rechtbank stelt dat hiermee lasten op de burger worden afgewenteld die het gevolg zijn van de nalatigheid van de verweerder om tijdig het bestemmingsplan te herzien. De toepassend van het komend recht heeft hier dus gevolgen voor de gemeente. De inwoner hoeft de leges niet te betalen. Door het inbouwen van deze financiële prikkel in de nieuwe Wro hoopt de wetgever te bewerkstelligen dat gemeenten hun bestemmingsplan in de toekomst actueel houden.

Honderden miljoenen extra voor groene stroom

Tuesday 30 October 2007

Minister Maria van de Hoeven (CDA, Economische Zaken) heeft honderden miljoenen extra tot haar beschikking voor het subsidiëren van groene stroom. Met ingang van 2012 gaat het om een structureel bedrag van 300 tot 350 miljoen euro per jaar. Van der Hoeven is het daarover maandag eens geworden met minister van Financiën Wouter Bos, deelde ze de Tweede Kamer mee.

Het gaat om de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE). Vanaf volgend jaar was daarvoor aanvankelijk 14 miljoen euro beschikbaar, oplopend tot maximaal 160 miljoen euro in 2011. Dat bedrag is nu in een klap stukken hoger door het vrijvallen van gelden uit de oude steunregeling, de MEP, waaraan in augustus 2006 een einde kwam.

Het ‘nieuwe’ geld is bedoeld voor onder meer het stimuleren van wind- en zonne-energie en groen gas.

Van der Hoeven verdedigde in de Kamer met PvdA-milieuminister Jacqueline Cramer de energie- en klimaatplannen van het kabinet, gedoopt Schoon en Zuinig. Het stimuleren van duurzame energie (tot een aandeel van 20 procent op het totaal in 2020) maakt daar onderdeel van uit.

Kritiek klonk op uit de hoek van de oppositie. Het kabinet leunt te sterk op Europees beleid, ,,dat er nog niet is'’, aldus SP en GroenLinks. ,,Denemarken en Duitsland liggen met de verduurzaming van hun energiebeleid een straatlengte voor'’, smaalde Paulus Jansen (SP).

GroenLinkser Wijnand Duyvendak sprak van een ‘stuitend gebrek’ aan concreet beleid. ,,Goede intenties zijn omgezet in een boterzacht plan.” Hij gruwt van de kabinetsaanpak van het sluiten van convenanten, in zijn ogen veel te vrijblijvend voor de noodzakelijke doorbraken. Convenanten zijn niet altijd een garantie voor succes, zei Cees van der Staaij (SGP).

De regeringsfracties CDA en PvdA zien dat anders. Zij die deze akkoorden verwerpen en roepen om wetten en verplichtingen, ,,doen de eerste tijd niets'’, aldus Diederik Samsom (PvdA). Het verse duurzaamheidsakkoord met de werkgeverskoepels VNO-NCW en MKB Nederland is volgens het CDA ,,alle reden om een feestje te willen vieren'’.

Er is niets vrijblijvends aan de convenanten. ,,Ik ben geen softie”, zei later milieuminister Cramer. ,,Wetgeving kost jaren, we moeten nu meters maken.”

Cramer bereid epc-systematiek energieprestatie te herzien

Tuesday 30 October 2007

De huidige methodiek voor de vaststelling van de energieprestatie van nieuwe woningen gaat op de helling. De overheid wil in overleg met de bouwsector een nieuwe norm maken, die de bestaande energieprestatiecoëfficient (epc) moet vervangen.

Ingewijden hebben gisteren bevestigd dat VROM-minister Cramer welwillend staat tegenover het pleidooi van met name de projectontwikkelaars om af te stappen van de huidige epc-methodiek. De politiek is het met de ontwikkelaars eens dat de almaar aangescherpte norm weinig meer zegt over het werkelijke energiegebruik van een woning.
De sector zal worden uitgenodigd mee te denken over de herziening van de epc. De nieuwe norm moet worden gebaseerd op de bouwtechnieken die het energiegebruik in een woning effectief terugdringen, zoals investeringen in het casco, extra isolatie aan de schil aangevuld met technieken voor duurzaam energieverbruik zoals koude-warmeinstallaties en toepassing van zonne-energie.
De kritiek op de huidige norm voor de energieprestatie werd gisteren in een overleg in de Tweede Kamer met VROM-minister Cramer aangekaart door CDA en VVD. 

Afschaffing
Het CDA sprak zich in het overleg onomwonden uit voor afschaffing van de huidige systematiek. “De epc geeft een schijnwerkelijkheid weer”, aldus CDA-Kamerlid Liesbeth Spies.
De VVD constateerde dat de methodiek gezondheidsproblemen in de hand werkt omdat balansventilatiesystemen hoog scoren als techniek om de benodige epc van 0,8 te halen. Onderzoek van de GGD in de nieuwe Amersfoortse wijk Vathorst heeft kort geleden uitgewezen dat juist deze balansventilatiesystemen in nieuwe woningen voor veel gezondheidsklachten zorgen. Ook de PvdA liet weten dat het systeem in een nieuwe jasje moet worden gestoken omdat de epc nu te veel leunt op technische installaties.. 
De ontwikkelaars reageerden gisteren verheugd dat de overheid de epc-systematiek wil gaan herzien. “Het is geweldig nieuws”, aldus NVB-directeur Nico Rietdijk. 
Volgens de NVB moet de nieuwe norm vooral praktisch zijn en gericht op technieken die het daadwerkelijke energiegebruik van woningen terugdringen.