Archief van June, 2007

Half miljoen protestbrieven verstuurd via ozbprotest.nl

Friday 29 June 2007

Eigenwoningbezitters laten politiek hun ongenoegen blijken. Eén week na de start van de protestactie van Vereniging Eigen Huis tegen het vrijgeven van de OZB tarieven zijn al meer dan een half miljoen protestbrieven naar de fractievoorzitters in de Tweede Kamer gestuurd. Met het sturen van de standaard protestbrief per e-mail roepen eigenwoningbezitters de leden van de Tweede Kamer op om niet in te stemmen met het kabinetsplan om de maximering van de OZB volgend jaar weer los te laten.

Als gemeenten volgend jaar de stijging van de OZB zelf kunnen bepalen, lopen mensen met een eigen huis de kans dat zij in de komende jaren een fors hogere OZB gaan betalen. Dankzij de maximering van de stijging bleef deze in 2007 beperkt tot 3,2%. In de periode 2002-2007 steeg het eigenarendeel van de OZB met 50%.

Op de website www.ozbprotest.nl staan ook reacties van politici. Fractievoorzitter Jacques Tichelaar (PvdA) vertrouwt er op dat gemeenten de stijging van de OZB tarieven zelf zullen verantwoorden. “Het geheel van de OZB opbrengst over alle gemeenten mag echter niet teveel stijgen. In dat geval dient het Kabinet compensatie te verlenen”, aldus Tichelaar. Eigen Huis merkt hierover op dat in het kabinetsbesluit alleen gesproken wordt over het eventuele korten van gemeenten in 2010. Dit biedt individuele huiseigenaren geen enkel soelaas.

Mark Rutte (VVD) reageert: “Vrijgeven van de OZB is een hele slechte maatregel en een ordinaire manier om gemeenten de mogelijkheid te geven veel meer belastinggeld binnen te halen op kosten van iedereen met een eigen huis”.
Jan Marijnissen (SP) heeft weinig bezwaar tegen een grotere vrijheid voor gemeenten om de hoogte van de OZB zelf te bepalen. “Het landelijk toezicht hierop moet wel worden aangescherpt”, aldus Marijnissen.
Geert Wilders (PVV): “Burgers betalen al veel te veel belastingen en premies en huiseigenaren worden door dit kabinet gepakt en gebruikt als melkkoe”.

Vereniging Eigen Huis wacht nog op een reactie van de fractievoorzitters van de coalitiepartijen CDA en de Christen Unie. Ook Groen Links, D66, SGP en de Partij voor de Dieren hebben nog niet gereageerd.

Vereniging Eigen Huis zal de verzamelde protestbrieven voor de behandeling van het kabinetsbesluit aanbieden aan de Tweede Kamer.

Waarom de woningmarkt vastzit

Friday 29 June 2007

Projectontwikkelaars. Woningcorporaties. Huurdersorganisaties. Bouwers. Wetenschappers. Vereniging Eigen Huis. Eigenlijk is heel Nederland het er wel over eens: het huidige Nederlandse woonstelsel, met een grote gereguleerde huursector en hypotheekrenteaftrek, heeft zijn beste tijd gehad.

Heel Nederland? Nee, één klein dorpje biedt moedig weerstand tegen de voortschrijdende inzichten. Dat dorpje heet het Binnenhof. “De enige vierkante kilometer in Nederland waar het woonbeleid níet bovenaan de agenda staat”, verzucht Vincent Smit, lector Grootstedelijke Ontwikkeling aan de Haagse Hogeschool en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor de Volkshuisvesting.

Willem van Leeuwen, voorzitter van Aedes, de vereniging van woningcorporaties, vult aan dat het ook niet onduidelijk is wat er moet gebeuren. “Er zijn echt al heel veel adviezen uitgebracht, door de Vrom-raad, de Raad van Economische Adviseurs, het Sociaal en Cultureel Planbureau, noem maar op. Het is tijd dat er eens rigide wordt ingegrepen. Aan kennis en ideeën ontbreekt het niet.”

Wat al die commissies van wijze mannen signaleren, is dat Nederland niet één, maar twee woningmarkten heeft. Een koopmarkt en een huurmarkt. Smit: “Die drijven in prijs steeds verder uit elkaar, en ertussen gaapt een niemandsland. Het wordt steeds moeilijker voor een huurder om de overstap te maken naar een koopwoning. Mensen kunnen wel kleine stapjes maken, maar geen grote.” Onder de twee ton krijg je nauwelijks nog een koopwoning. En huurwoningen in het middensegment, voor de sociale huurder die wat meer wil, of voor de oudere huizenbezitter die zijn kapitaal wil verzilveren, zijn er bijna niet. De boel zit op slot.

Het verbaast Smit dan ook dat het kabinet Balkenende-IV wel de mond vol heeft van veertig probleemwijken, maar in alle talen zwijgt over de woningmarkt. Er staan alleen wat voornemens over meer bouwen in het regeerakkoord, een stelselwijziging zit er voorlopig niet in. “Terwijl die twee dossiers bij uitstek met elkaar verweven zijn. Je kunt in die veertig wijken herstructureren zoveel je wilt. Maar dat is maar het halve werk. Als je mensen niet de keuze biedt om langzaam een wooncarrière te maken, zichzelf steeds een beetje te verbeteren, dan is het heel moeilijk om die wijken in de lift te krijgen.” Zolang huurders vastzitten in hun huurwoningen, houd je met het woonbeleid de segregatie in stand die het wijkenbeleid nou juist wil oplossen.

De Nederlandse woningmarkt is een geval apart. De Amsterdamse hoogleraar Woningmarkt Johan Conijn somt op: “Er is geen land waar de fiscale bevoordeling van kopers zo hoog is, en toch is er ook geen land waar het aandeel sociale huurwoningen zo groot is. En ondanks die grote voorraad is er ook geen land waar het aanbod aan huurwoningen zo star is.”

Het is een duur systeem, vertelt Van Leeuwen. “We hebben een grondbeleid, een huisvestingswet, hypotheekrenteaftrek, huurtoeslag, overdrachtsbelasting, enzovoort. Het grootste deel van de begroting van het ministerie van Vrom bestaat uit instrumenten om in te grijpen in de woningmarkt. Stuk voor stuk begrijpelijke maatregelen. Maar als je ze allemaal tegelijk op de woningmarkt loslaat, werken ze elkaar vaak tegen, en hebben dus nauwelijks effect.”

En Conijn becijfert: “De aftrekbaarheid van de hypotheekrente kost de schatkist zo’n veertien miljard per jaar.” Het is lastiger te berekenen wat de kunstmatig lage huren in de sociale sector kosten, “maar in elk geval enkele miljarden”. Eén recent onderzoek kwam tot zes miljard euro.

Bijna twintig miljard euro dus. Hebben die effect? Ja, maar niet het gewenste. Mensen die een eigen huis willen kopen, hebben eigenlijk niets aan de hypotheekrenteaftrek, vertelt Conijn: “Het subsidiëren van huiseigenaren met een hypotheekrenteaftrek was ooit vast nuttig. Maar nu zorgt het er niet voor dat er meer woningen op de markt komen. Dat hangt af van andere factoren. Het effect ervan is dus vooral dat de huizenprijzen stijgen, waardoor het financiële voordeel van de aftrek teniet wordt gedaan.” Zo is de hypotheekrenteaftrek een extra barrière voor starters geworden.

In de huursector heeft de subsidie de vorm van gecontroleerde huren. Daar stijgen dus niet de prijzen maar de wachtlijsten. En wie daar zit, die blijft lekker zitten. Sommige woningbouwverenigingen hebben de wachtlijsten ‘weggedefinieerd’ door met een systeem van verloting te gaan werken, maar dat verandert niets aan het feit dat er in de huursector veel meer vraag dan aanbod is.

Er zijn wel wat kleinere oplossingen bedacht om de doorstroming op gang te brengen. Maar die stuiten allemaal op bezwaren. De extra subsidie voor starters bijvoorbeeld, die het Rijk en veel gemeenten ter beschikking stellen. “Symptoombestrijding”, reageert Conijn. “Leuk voor de starters, maar in wezen pomp je daarmee nog meer subsidie in de koopsector, en vererger je het probleem.”

Nog zoiets: de aanpak van ’scheefwoners’. Er zijn veel meer sociale huurwoningen in Nederland dan mensen die daar gezien hun inkomen recht op hebben. Oftewel: er zitten veel mensen in zo’n woning, die eigenlijk best wat meer kunnen betalen. Als je ze dat ook laat doen, zijn ze misschien eerder geneigd door te stromen. Maar Marnix Norder, wethouder Bouwen en Wonen in Den Haag, relativeert het probleem. “We hebben in Nederland heel veel mensen die een heel klein beetje scheef wonen. Die modaal of iets meer verdienen. Die zitten nog in zo’n sociale woning, maar die moet je nu vooral niet de arme wijken uitjagen. Het zijn vaak leraren, politiemensen, ze zijn belangrijk voor de sociale samenhang.”

En bovendien: ze kunnen nergens naartoe. Vaak wordt dan ook geroepen dat de corporaties meer moeten bouwen. “Dat hoor je wel eens, ja”, reageert Van Leeuwen. “Maar wij bouwen hartstikke veel. Sterker nog: we lopen in Nederland tegen de grenzen aan van wat de aannemers aankunnen. En met meer woningen heb je nog geen gezonde woningmarkt.”

Dat beaamt Conijn. Want in het huidige beleid is het bijkans onmogelijk om voor het middensegment te bouwen. Dat heeft met de grondprijzen te maken. Die stijgen mee, als de huizenprijzen stijgen. En dus worden ook nieuw opgeleverde huurwoningen automatisch duurder, door de overspannen koopmarkt.

Daarom werkt ook die andere oplossing niet: liberalisering van de huurmarkt, zoals de vorige minister Dekker wilde. “Dat kan wel”, zegt Conijn, “maar pas nadát er iets aan de subsidie aan huiseigenaren is gedaan. Zolang die hypotheekrenteaftrek bestaat, is de grond kunstmatig duur, en krijg je nooit een normale huurmarkt.”

Er is eigenlijk maar één manier om de kloof te dichten, vinden de deskundigen: het hele stelsel op de helling zetten. Met andere woorden: de hypotheekrenteaftrek afbouwen, en de sociale huursector vervolgens langzaam liberaliseren. In plaats van die twee dure instrumenten wil Norder bijvoorbeeld naar een ‘woontoeslag’. “Je kijkt dan naar iemands inkomsten en woonlasten, onafhankelijk of diegene huurt of koopt. Als iemand meer dan een bepaald percentage van zijn inkomen kwijt is aan woonlasten, spring je bij. Dan richt je het geld op de mensen die het echt nodig hebben.”

Conijn is daar minder enthousiast over. “Kopen en huren zijn toch echt verschillende dingen, die kun je niet gelijk behandelen.” Bovendien wil hij iets doen aan de “merkwaardige prikkel” die nu bestaat, dat mensen die duurder huren, ook meer huurtoeslag krijgen. Maar ook hij pleit voor “een subsidiestelsel gericht op starters en op huurders die ook echt een laag inkomen hebben.”

Dat, zo bezweert iedereen, kan alleen langs de weg der geleidelijkheid. Toch kan er ook nu al wat gebeuren. “De overdrachtsbelasting moet omlaag, die belemmert de doorstroming”, suggereert Smit. En ook ziet hij goede initiatieven bij sommige corporaties. Met regelingen als ’sociale koop’ en ‘koopgarant’ helpen die hun huurders bij het kopen van hun huurhuis, omdat ze garant staan voor een deel van het risico. “Van dat soort tussenvormen kunnen we de komende tien jaar profijt hebben”, zegt hij.

Voorlopig zullen we nog wel even blijven doormodderen, vreest Conijn. “Het is een lastig dossier om beweging in te krijgen. Want veel zittende huurders en kopers hebben geen belang bij een nieuw stelsel. Maar het is een illusie om te denken dat je de markt weer gezond krijgt onder het huidige regime. Er moet echt iets gebeuren.”

Aandeel stalen draagconstructies stijgt in utiliteit

Friday 29 June 2007

Stalen draagconstructies worden steeds vaker toegepast. Alleen in de traditionele betonnen woningbouwsector telt staal nog niet echt mee. De kennis over geluidwering staat een Nederlands landschap vol lichtgewicht woongebouwen vooralsnog in de weg. Dat blijkt uit de nieuwste marktcijfers van de stichting Bouwen met Staal. Vooral in de verdiepingbouw (meerlaagse utiliteitsbouw) wint staal sterk aan populariteit. “Tussen 2004 en 2006 groeide dat marktaandeel van 34 naar een recordhoogte van 44 procent”, aldus onderzoeker Mic Barendsz van Bouwen met Staal die de stijging vooral toeschrijft aan de vrijstaande meerlaagse utiliteitsbouw vanaf vijf bouwlagen. Tot de verdiepingbouw rekent hij de gebouwtypen kantoren, winkels, scholen, zorg en ook de kantoorgedeelten van bedrijfsgebouwen. “Voorbeelden van in 2006 gerealiseerde verdiepinggebouwen met een staalskelet zijn de kantoorgebouwen FiftyTwoDegrees in Nijmegen en De Rode Haan in Delft.”

Het marktaandeel van stalen draagconstructies in de hallenbouw, volgens Barendsz de traditionele kurk waar Nederlandse staalbouw op drijft, nam tussen 2005 en 2006 met 3 procentpunt toe tot 92 procent. Volgens Barendsz schommelt dat aandeel al jaren rond de 90 procent. In alle deelsegmenten – hallen, loodsen, bedrijfsgebouwen, schuren en stallen – is staal met meer dan 50 procent marktleider. 
Vooralsnog verricht Bouwen met Staal geen onderzoek naar het marktaandeel van draagconstructies in de woningbouw. De vereniging wil dat in de toekomst wel gaat doen, omdat de woningmarkt staal begint te ontdekken. “We merken dat er steeds meer constructies van vrijstaande woningen, appartementengebouwen en renovatieprojecten in staal worden uitgevoerd.” Een trend is het gebruik van kapspanten en het optoppen van gebouwen. 
Barendsz onderschrijft dat het gebruik van staal in de woningbouwsector, ten op zichte van beton spaarzaam voorkomt. “Beton is al jarenlang een vertrouwd materiaal. Staal kampt met een imagoprobleem.” Volgens Barendsz komt dat onder meer door het gebrek aan rekenmodellen die geluids- en trillingsoverdracht voorspellen. 

Gebrek
Barendsz: “Hoewel betonnen gebouwen evengoed gehorig kunnen zijn zonder de juiste isolatiemaatregelen, is het gebrek aan kennis over geluidwering de achilleshiel van staaltoepassingen in de woningbouw. Samen met TNO proberen we dat probleem te tackelen.” 
In het onderzoek ‘Bouwknopen in lichtgewicht gebouwen’ focust TNO zich op geluids- en trillingsoverdracht via bouwknopen, waar verschillende bouwdelen zoals vloeren, daken, wanden en gevels samenkomen. Met als uiteindelijke doel een rekenmodule die voorspellingen mogelijk maakt. “Opdrachtgevers en bouwers kennen staal niet. Zij willen garanties. Wij willen hen comfort bieden.” Barendsz ziet in dat ook de architecten bewerkt moeten worden. “Het is aan ons om hen kennis aan te leveren. Dat zullen we na afloop van het onderzoek over ongeveer twee jaar zeker doen.” De belangrijkste voordelen van staal blijven volgens Barendsz bouwsnelheid, het gewicht en de grote overspanningsmogelijkheden. 
Het marktonderzoek van Bouwen met Staal is gebaseerd op 250 projecten in de utiliteitsbouw, tussen 10 en 15 procent van het jaarlijkse aantal utiliteitsprojecten.