“Gezien de ernstige gevolgen” van de Schipholbrand heeft minister Sybilla Dekker (VROM) voor zichzelf besloten dat ze moest aftreden. In een verklaring in de Tweede Kamer zei Dekker donderdag dat haar Rijksgebouwendienst “zorgvuldig met de bouwregelgeving is omgesprongen”.Wel heeft ze uit het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid geconcludeerd dat het brandveiligheidsbewustzijn hoger had moeten zijn en verbetering behoeft.
Conclusies
Ze trok daaruit haar conclusies. “Een minister is aanspreekbaar wanneer een ambtelijke dienst tekortschiet, ongeacht of ik dat persoonlijk had kunnen beïnvloeden.” De ministeriële verantwoordelijkheid is altijd het eindstation, zei Dekker later in een korte toelichting voor de verzamelde pers.
Keten van opeenvolgende gebeurtenissen
De ramp in het cellencomplex bij Schiphol ontstond volgens Dekker vorig jaar “door een keten van opeenvolgende gebeurtenissen”, die teruggaat tot 2001 en de groeiende problemen met bolletjesslikkers.
Controle en opsporing
Toen besloten werd controle en opsporing te verscherpen, was de druk groot op de RGD en de Dienst Justitiële Inrichtingen om snel de detentiecapaciteit op te voeren. Schiphol-Oost werd uitgebreid.
Nooit uit te sluiten
Rampen zijn nooit uit te sluiten, met welke regels ook, vervolgde ze. “Maar overheidsdiensten dienen er alles aan te doen om alle noodzakelijke veiligheidsmaatregelen te treffen als mensen aan de zorg van de overheid zijn toevertrouwd en zich daaraan niet kunnen onttrekken.”
Geëmotioneerd
Ze noemde de brand een noodlottige samenloop van omstandigheden die leidde tot de fatale gevolgen. Dekker, die aan het einde van haar verklaring geëmotioneerd was, bedankte de Kamer speciaal voor het vertrouwen en de samenwerking. “Ook in de periode dat persoonlijk verdriet en publiek functioneren moeilijk te verenigen waren, heb ik dat als positief ervaren.” In maart 2005 stierf haar echtgenoot. Na drie weken ging ze weer aan de slag.