Bouwtrefpunt.nl
home  |  adverteren  |  faq  |  links  |  sitemap  |  contact
  • Menu
    • Home
    • Bedrijvengids
    • Bouwproducten
    • Bouwvacatures
  • Extra
    • Begrippen
    • Hypotheken (tip)
    • Kennisbank
    • Leuke filmpjes
    • Vakbladen
  • Nieuws
    • Nieuwsbrief
    • Nieuwsarchief
    • Persberichten
    • RSS
  • Service
    • Adverteren
    • Contact
    • Favorieten
    • Startpagina
    • Tell-a-friend

Windenergie

Wind is bewegende lucht, en bevat dus bewegingsenergie. In de meest algemene betekenis is windenergie de energie die gewonnen wordt door deze bewegingsenergie om te zetten in een bruikbare vorm. Vroeger werd windenergie met windmolens direct omgezet in mechanische arbeid. Tegenwoordig wordt het woord windenergie vooral gebruikt voor de elektrische energie die met een windturbine uit de wind gewonnen wordt.

De belangrijkste voordelen van windenergie zijn de vermindering van milieuvervuiling door fossiele brandstoffen, de duurzaamheid van windenergie en de verminderde afhankelijkheid van de olieproducerende landen. De belangrijkste nadelen zijn de hoge prijs (ongeveer anderhalf à drie maal zo duur als grijze stroom, wat momenteel door subsidies wordt opgevangen), de variatie in het windaanbod (en de invloed daarvan op de bedrijfszekerheid van het elektriciteitsnet) en de inpassing in het landschap die door sommige tegenstanders en ook voorstanders als lelijk wordt ervaren.

Geschiedenis

Verreweg de belangrijkste bijdrage van windenergie is ten behoeve van transport geweest: zeilschepen zijn al zo oud als de geschiedschrijving. Waar en wanneer de windmolen voor het eerst werd toegepast is onduidelijk. Sommige bronnen noemen China als geboorteplaats van de windmolen. Andere bronnen vermelden Perzië in de 5e eeuw voor onze jaartelling. Waarschijnlijk is dat sinds de 12e eeuw het gebruik van de windmolen in West-Europa opgang maakte. De oudste molen dateert namelijk uit 1183 en werd gebouwd in het graafschap Vlaanderen te Wormhout (thans Frans-Vlaanderen). Belangrijke toepassingen waren het malen van graan, het pompen van water en later ook het zagen van hout. Het gebruik van windenergie heeft in Nederland een grote vlucht genomen met de inpoldering en de droogmakerijen in de 17e eeuw. Dankzij windenergie kreeg Nederland zijn huidige aanzien.

Neergang
Met de uitvinding van de stoommachine in de 19e eeuw was het echter gedaan met de windenergie. Stoom werd een krachtig en betrouwbaar hulpmiddel dat kon worden ingezet zonder afhankelijk te zijn van de wispelturigheid van de wind. Windmolens verdwenen daardoor langzamerhand uit ons landschap. Alleen voor kleinschalige toepassingen bleef het gebruik van windenergie tot ver in de 20e eeuw gehandhaafd. Denk hierbij aan de kleine molens die in de polders lokaal een waterregeling uitvoerden, een zelfde type molen dat in Amerika op veel plaatsen een waterwinfunctie had.

Elektriciteitsopwekking
Met de ontwikkeling van de elektriciteit in de negentiende eeuw werden ook pogingen ondernomen om elektriciteit te winnen met behulp van windenergie. Elektriciteit door windenergie kon echter alleen op kleine schaal economisch worden ingezet in gebieden waar nog niet was geïnvesteerd in infrastructuur. Pas na het doemscenario van de Club van Rome en de oliecrisis van 1973 begon het besef te groeien dat fossiele energie eindig is en dat te zijner tijd alternatieven zouden moeten worden gebruikt. De overheid stelde subsidies ter beschikking en er werd driftig geëxperimenteerd met alternatieve bronnen van energie. Nieuwe modellen als de Darrieus- en Savoniusrotor werden onderzocht. De 70er en 80er jaren kenmerkten zich door veel kleine particuliere initiatieven. Eenvoudige windmolens met generatoren van enkele kW tot enkele tientallen kW verrezen in de polders op plaatsen waar behoefte was aan elektriciteit. Dankzij subsidiëring waren sommige experimenten zelfs rendabel. Maar al snel werd ontdekt dat het niet makkelijk was om zich aan te sluiten aan het net. Verschillende landen startten projecten om elektriciteit op grotere schaal te winnen. Veel landen begonnen met experimenten om windenergie te winnen. In 2003 was het vermogen mondiaal opgelopen naar 31 GW, tegen 2 GW twaalf jaar daarvoor.

Opgewekte hoeveelheid elektrische energie
De opbrengst van een windmolen hangt af van een aantal factoren:

- de windsnelheid: het afgegeven vermogen is evenredig met de derde macht van de windsnelheid.
- de plaats waar de turbine staat: aan de kust en vooral boven open zee waait het meestal harder dan diep landinwaarts;
- het deel van de tijd waarin de turbine kan draaien: een windmolen gaat draaien vanaf windkracht 2-3 en wordt stilgezet boven windkracht 10 (afhankelijk van het type) om overbelasting te voorkomen.
- het rotoroppervlak: hoe groter de bladen, hoe hoger de opbrengst.
- de hoogte van de turbine: op grotere hoogte waait het doorgaans harder, maar landinwaarts is de windsnelheid overdag onder ongeveer 90 meter gemiddeld hoger dan daarboven.
- de tijd van de dag: boven land waait het overdag tot een hoogte van ongeveer 90 meter gemiddeld harder dan 's nachts;
- het seizoen: in de winter waait het gemiddeld harder dan in de zomer.

Een standaard windmolen met 2 of 3 bladen, met een diameter van 40 m en een masthoogte van 50 m, kan bij een optimale windsnelheid (windkracht 6) 500 - 750 kW leveren. Een zeer grote windmolen met een rotordiameter van 60 m en een masthoogte van 70 m kan een vermogen hebben van 1 tot 1,5 MW (MegaWatt).

In Nederland worden in de westelijke en noordelijke kustgebieden vermogens gerealiseerd van 800 -1200 kWh/jaar per m² rotoroppervlak. Meer landinwaarts is de opbrengst lager: 500 - 800 kWh/jaar per m². Het gemiddelde vermogen zal naar verwachting door technische ontwikkelingen nauwelijks nog toenemen.

Het jaargemiddelde van de windsnelheid op een bepaalde plaats en ashoogte is redelijk constant zodat het gemiddeld vermogen goed te voorspellen is. De gemiddelde productiefactor (de verhouding van geleverd vermogen en nominaal vermogen) van een windturbine aan land in Nederland bedroeg over de afgelopen jaren 16 (+/-6)%. In 2004, een jaar met meer wind dan in 2003 en 2005, leverden de turbines samen gemiddeld 20% van hun nominale vermogen. De lage productiefactor wordt veroorzaakt door het verschijnsel dat het meestal niet hard genoeg waait om windturbines op volle toeren te laten draaien.

In 2004 was volgens het CBS het totaal geïnstalleerd vermogen in alle centrales circa 12 Gigawatt. Duurzame energie droeg in 2004 voor 1,8% bij aan de totale elektriciteitsvoorziening in Nederland. De doelstelling van de overheid is dat 10% van alle verbruikte elektriciteit in Nederland in het jaar 2020 duurzaam opgewekt moet zijn. Als tussendoelstelling geldt 5% in 2010.

Afstand tussen windmolens
Windturbines moeten op een bepaalde minimale afstand van elkaar staan. Een vuistregel voor de onderlinge afstand is vijf keer de diameter van de rotor. Een kleinere onderlinge afstand heeft tot gevolg dat de turbines niet optimaal profiteren van de wind. Ze staan dan bij sommige windrichtingen in elkaars luwte. De opbrengst daalt daardoor. In de praktijk van 2005 blijkt dat enkele grotere windmolens meer kWh opleveren dan kleinere voor hetzelfde geïnvesteerd vermogen. Doordat er steeds grotere turbines op de markt komen, is de trend dat ze steeds verder uit elkaar komen te staan en dat projecten ook meer molens gaan omvatten. Daarbij kan dan een grootser en mooier landschappelijk ontwerp worden gemaakt. Hoewel "mooier" een subjectief begrip is, is dat toch de verklaring van betrokken landschapsarchitecten.

Milieu en hinderaspecten van windturbineparken

Energiegebruik
Tijdens de levenscyclus van een windturbine wordt niet alleen energie geproduceerd maar ook verbruikt voor winning van de benodigde grondstoffen, productie, onderhoud, regelelektronica en afbraak. Daarnaast bevat een windturbine onderdelen van uit aardolie afgeleide kunststof. Een windturbine verdient dit energieverbruik in een periode van 3 tot 6 maanden terug.

Radar
Windturbines kunnen storingen op radarbeelden veroorzaken. Plaatsing in de buurt van radarstations is daardoor meestal niet mogelijk. Er wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om de rotor van windturbines te voorzien van een radarstralingabsorberende laag (zoals bij stealthvliegtuigen) en naar de mogelijkheid om radarstations uit te rusten met software die de radarreflecties van windturbines kan wegfilteren. Sinds 2005 blijkt het mogelijk om te overleggen met het ministerie van defensie en afspraken te maken, ook als zij vroeger ergens maximale bouwhoogtes eisten.

Vogels
Vogels kunnen schade ondervinden van windturbines door botsingen met windturbines en door verdringing van het leef- en broedgebied. Wanneer er in Nederland 1500 MW aan windturbines wordt opgesteld zal dit naar schatting 30.000 directe vogelslachtoffers per jaar maken. Ter vergelijking: het verkeer maakt jaarlijks twee miljoen vogelslachtoffers, de jacht anderhalf miljoen en hoogspanningsleidingen één miljoen. Het effect van verdringing van de biotoop is minder duidelijk.

Scheepvaart
Windturbines op zee vormen niet te verwaarlozen obstakels voor de scheepvaart, waardoor plaatsing in de buurt van drukbevaren routes risico's oplevert. De kans op een aanvaring is vooral groot bij slecht zicht en zwaar weer, als schepen van hun ankers lopen of problemen ervaren bij het handhaven van de voorgeschreven koers. Plannen voor plaatsing van windturbineparken op de Noordzee stuiten daarom op bezwaren.

Schaduwhinder
Wanneer de zon schijnt werpt de rotor van een windturbine een bewegende slagschaduw. Dit stroboscopisch effect kan men als vervelend ervaren.

Afstand speelt een grote rol bij hinder van slagschaduw. Bij grotere afstanden is er minder hinder, doordat de wiek dan niet de hele zonneschijf kan verbergen. Ook de frequentie is belangrijk. Door de langzame draaiing van de molens van tegenwoordig is dat steeds minder geworden. De slagschaduw is merkbaar in een vlindervormig gebied. De slagschaduw verplaatst zich in de loop van de dag van west naar oost. In de zomer, als de zon hoog staat, is het gebied kleiner dan in de winter.

Als in de omgeving van een windturbine de slagschaduw als hinderlijk wordt ervaren, dan kan de betreffende windmolen even worden stilgezet tijdens het passeren van de slagschaduw. Van te voren is precies te voorspellen in welk gebied rond een te bouwen windmolen slagschaduw hinderlijk zou kunnen worden.

Microklimaat
Door de turbulentie (wervelingen) achter een draaiende windtubine worden hogere en lagere luchtlagen met elkaar gemengd. Dat veroorzaakt vooral 's nachts een hogere windsnelheid (tot enkele m/s) en hogere temperatuur (in de orde-grootte van een graad) op grondniveau.

Landschap

Zeker met de toenemende masthoogtes zijn windturbines sterk in het landschap aanwezig. In de beginperiode van windenergie werden vooral individuele windturbines geplaatst wat een "rommelig" effect gaf. Tegenwoordig worden windturbines voornamelijk geplaatst in lijn- en clusteropstellingen die meer aansluiten bij bestaande elementen in het landschap zoals wegen en kanalen. Desondanks worden windturbine(parken) door velen als storend of lelijk ervaren. Men spreekt dan van horizonvervuiling of landschapsvervuiling. Zo kreeg een mevrouw in Knokke in 2001 van de rechter gelijk om een gepland windmolenpark voor de kust te laten verplaatsen naar een dieper in zee gelegen zandbak.

Deze perceptie is echter vaak anders als omwonenden mede-eigenaar zijn. Of als een rij windmolens een algemeen erkende grens markeren, zoals bijvoorbeeld de Peelrand breuk of een dijk aan de kust.

Windmolens kunnen goed worden "verstopt" in bossen. Doordat tegenwoordig de mast ver boven de gebruikelijke hoogte van bomen uitsteekt vangt hij toch voldoende wind. De molens zijn in het bos niet te zien en vlak bij het bos staan ze achter de hoge horizon van de bosrand.

De aanblik van windmolens is vaak ook een kwestie van subjectieve perceptie. Op Kreta is er halfweg Matala en Knossos een windmolenpark waar de toeristen speciaal naartoe geleid worden, vanwege het mooie panoramische uitzicht daarop.

Geluid
Het geluid van een windturbine heeft twee oorzaken: het mechanische geluid van de bewegende delen in de gondel en het zoevende geluid van het draaien van de rotorbladen. Bij moderne windturbines is de gondel goed geïsoleerd en is alleen de geluidsproductie van de rotorbladen van belang.

De geluidsproductie van een windturbine neemt toe met de windsnelheid. Voor een moderne windturbine ligt de brongeluidssterkte in het bereik tussen 91 en 102 dB(A). Maar dit is lager bij nog modernere types die sinds 2004 op de markt zijn gekomen. Deze turbines hebben geen versnellingsbak meer tussen de rotor en de generator, een belangrijke bron van lawaai en slijtage. De type turbine is te herkennen aan de beduidend kortere gondel.

Een tweede verbetering is een ander wiekprofiel, dat is te herkennen aan (kleine) dwarsvleugeltjes aan de tips van de wieken. Daardoor wordt de luchtstroom langs de tip minder chaotisch, waardoor het geluid ook afneemt. De tip is de grootste lawaaibron omdat daar de luchtsnelheid het grootst is.

Afstand en sterkte spelen een rol bij de mate van hinderlijkheid. Producenten van windenergie beweren dat als de afstand groter is dan 300 meter er bijna geen sprake meer is van geluidshinder. In 2006 promoveert Frits van den Berg echter aan de Rijksuniversiteit Groningen op een onderzoek waarmee hij aantoont dat vooral het geluid tijdens de nachtperiode hinderlijk kan zijn, zelfs tot op een afstand van 2 kilometer. In de nacht gaat de wind op grondniveau vaak liggen, maar op grote hoogte kan het juist extra hard gaan waaien. De rekenmodellen voor geluid zijn vaak gebaseerd op de windsnelheden op 10 meter hoogte, terwijl een windturbine tot 80 meter hoog kan zijn. Door ontbreken van achtergrondniveau van wind en verkeer in de nacht is het geluid van de bladen van de turbines dan juist extra goed hoorbaar, met name omdat het geluid van de turbines over de tijd varieert.

Ruimtebeslag
Een windturbinepark beslaat een grote oppervlakte. Van deze oppervlakte wordt slechts 1% ingenomen door de mastvoet en transformatorhuisjes. Hoge bebouwing van het gebied rond een windturbine (met een te korte mast) leidt tot een lagere opbrengst. Voor het overige kunnen windturbineparken met bijna alle activiteiten en landschapstypen worden gecombineerd, als dat gewenst is. Agrarisch gebruik en industrieterrein komt het meest voor. Maar omdat de commercieel beschikbare masthoogte ook toeneemt komen ook bossen in aanmerking voor een windparklocatie. Dan zijn ze tegelijk voor de korte en middellange afstand visueel goed verstopt.

Regelgeving
Voor het plaatsen van windturbines moet een bouwvergunning en een milieuvergunning worden verleend, hierin wordt beoordeeld of de bouw in het bestemmingsplan past. In Nederland worden de milieueffecten gereguleerd via de Algemene Maatregel van Bestuur 487 "Besluit Voorzieningen en Installaties Milieubeheer". Verder is in een aantal speciaal aangewezen gebieden de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn van toepassing.

Integratie in het elektriciteitsnet en zekerheid van de elektriciteitsvoorziening

Kwaliteit van de stroom
Bij veel oudere windturbines is de generator direct aan het elektriciteitsnet gekoppeld (het zogenaamde Deense concept). Dit heeft tot gevolg dat de rotorsnelheid door de frequentie van het net wordt bepaald. Dit kan bij een grote penetratiegraad van windenergie op momenten van een groot windaanbod tot variatie van de frequentie en instabiliteit van het net leiden. Echter zulke turbines worden nauwelijks meer geproduceerd. Moderne windturbines zijn vrijwel allemaal variabele-snelheidsturbines. Bij deze turbines wordt de stroom geheel of gedeeltelijk via een AC-DC-AC-omvormer naar het elektriciteitsnet gevoerd. Dit soort turbines kunnen, bij voldoende windaanbod, zelfs helpen de frequentie van het net stabieler te maken.

Uitbreiding van het elektriciteitsnet
Op plaatsen die geschikt zijn voor windturbineparken is het elektriciteitsnet daarvoor niet altijd geschikt. Dit maakt dan een uitbreiding of een versterking van het elektriciteitsnet noodzakelijk.

Variabiliteit van het windaanbod
De windsnelheid is niet constant. Sterker nog, het waait zelfs in de lage landen wel eens helemaal niet. Windturbines beginnen energie te leveren bij windkracht 2 - 3. Bij windkracht 6 leveren ze hun volle vermogen en dat blijft zo tot ruim windkracht 10. Daarboven moeten oudere molens uit veiligheidsoverwegingen worden stilgezet. Sinds 2005 zijn er echter ook molens beschikbaar die tot windkracht 12 blijven doordraaien en energie leveren. Dat is bij die molens echter nooit meer dan het maximaal vermogen van de generator. Het gemiddeld geleverde vermogen van een moderne windturbine is daardoor ca 35% van het nominale vermogen. In de huidige situatie wordt deze variabiliteit opgevangen door bestaande conventionele centrales. Overigens is de gebruikelijke variatie in de dagelijkse vraag veel groter dan de variatie in het aandeel van de geleverde windstroom. Dus is het regelprobleem niet zo groot.

De productie van een windturbine kan door het variabele windaanbod sterk variëren. Het komt voor dat een windturbine een hele dag niets produceert, maar het komt ook voor dat een windturbine een hele dag vrijwel het maximale vermogen levert. In een gemiddelde wintermaand produceert een windturbine daardoor 2 keer zoveel als in een gemiddelde zomermaand. Maar een maandproductie kan ook wel eens het dubbele of slechts de helft zijn van een gemiddelde maand. Op jaarbasis kan de productie 20 % naar boven en naar beneden afwijken van een gemiddeld jaar, en zelfs over een periode van 10 jaar zijn afwijkingen van 10 % mogelijk.

Kerncentrales en conventionele centrales zijn overigens ook niet 100% betrouwbaar. Onderhoud en storingen zorgen voor geplande en ongeplande uitval. Daarnaast zijn kolen- en kerncentrales niet snel regelbaar en dienen ze altijd te worden aangevuld door snel regelbare centrales om op veranderende vraag te kunnen reageren. Op dit moment is er wat dat betreft voldoende capaciteit om ook de variaties in het aanbod van windenergie op te vangen. Een aantal onderzoeken laat zien dat ca 20% windelektriciteit mogelijk is zonder dat er extra back-up of opslag nodig is. Bij een grotere penetratiegraad (en daarmee een lager capatiteitskrediet) zijn andere oplossingen noodzakelijk. Een aantal oplossingsrichtingen waar aan wordt/werd gedacht zijn:

- Gebruik van de opslagmogelijkheid van buitenlandse waterkrachtcentrales. In west Denemarken wordt dit al toegepast. Via een HVDC kabel wordt gebruikgemaakt van de opslagcapaciteit van Noorse waterkrachtcentrales.
- Opslag in het elektriciteitsnet: gebruikmaken van de Europese of wereldwijde spreiding van vraag en aanbod. Bekeken over een groter gebied nemen de variaties in elektriciteitsvraag en windaanbod af. Voor deze optie dienen de internationale koppelnetten te worden versterkt.
- Snel inschakelbare opwekking met brandstofcellen. In de regio Rotterdam startte in 2005 een proef waarbij 50MW vermogen binnen 1 minuut kon worden ingeschakeld. Het gebruikte waterstofgas is daar een restproduct uit de chemische industrie.
- Zeer decentrale opwekking. De Gasunie is in 2005 een proef gestart met CV ketels die op commando ook stroom opwekken. Dit heet het "Virtual Power Plant" concept. Naar behoefte worden CV ketels in het land bijgeschakeld. Bij iets grotere vermogens heet dit "Micro Warmte Kracht" eenheid.
- Flexibeler maken energievraag: Omdat elektriciteit voor vaste tarieven wordt verhandeld, is de vraag vrij onafhankelijk van het aanbod. Er worden technieken onderzocht om via variabele tarieven de vraag naar elektriciteit aan het aanbod aan te passen.
- Gebruikmaken van de complementaire eigenschappen van zonne-energie, simpel gezegd: windstil weer is vaak zonnig, bij bewolkt weer waait het vaak.
- Ondergrondse opslag van gecomprimeerde lucht in lege gasvelden.
- Ondergrondse opslag van verzadigde stoom
- Splitsing van water in waterstof en zuurstof
- Opslag van windenergie in Nederland via waterkracht in spaarbekkens
- Opslag van windenergie in Nederland via waterkracht in ondergrondse schachten.

Veel van deze technieken bestaan alleen nog op de tekentafel of bevinden zich in een experimenteel stadium. De laatste twee opties zijn in de jaren zeventig onderzocht maar werden niet uitgevoerd wegens economische onhaalbaarheid. Oplossing van dit probleem zal in ieder geval niet zonder een prijs zijn.

Het rendement
Er zijn twee soorten rendement: financieel en energetisch.

Financieel
Wanneer de gunstigste locaties het eerst worden gebruikt, kan de helft van het wereldwijde elektriciteitsverbruik voor 6 dollarcent per kWh of minder worden opgewekt. Voor 7 dollarcent per kWh of minder kan het hele wereldelektriciteitsverbruik worden geleverd. (Hoogwijk 2004). Uiteraard moet er dan wel technologie zijn om die energie op de gewenste manier over tijd en plaats te spreiden, omdat het niet altijd overal hard genoeg waait.

Het is niet makkelijk om zomaar een vergelijking te maken tussen verschillende energiesoorten. Want alle soorten energie worden door de overheid gesubsidieerd. En tegelijk wordt er energie verkregen van oude afgeschreven centrales omdat de nieuwe centrales te duur zijn. Ook windenergie krijgt subsidie: de prijsschommelingen die het gevolg zijn van variërende windsnelheid worden voor de consument opgevangen.

Voor- en tegenstanders hebben hun eigen argumenten m.b.t. de kosten van windenergie en conventionele energie. Zo willen de voorstanders dat de indirecte kosten van fossiele energie verrekend worden - dit 'ziet' de consument nu niet - maar dat is ook zo bij windenergie. De discussie blijft voortduren.

Energetisch
Moderne windmolens benaderen al het theoretisch maximaal rendement. De windenergiewet van Betz zegt dat er maximaal ca 60% van de energie uit de wind kan worden gewonnen. Naarmate het harder gaat waaien blijft een windmolen met dit maximum rendement werken, tot het punt waar de generator het maximum vermogen levert waarvoor hij is gebouwd. Bij nog hardere wind regelt een windmolen de stand van de bladen zodanig bij dat de aan de wind ontrokken energie het maximum niet overschrijdt; daarmee loopt het rendement natuurlijk wel terug.

De productiefactor is de gemiddelde productie ten opzichte van het maximale (nominale) vermogen. Dit getal zegt iets over het werkgebied van de turbine maar ook over de windsnelheidsgeschiedenis ter plaatse. Het is dus niet (alleen) een eigenschap van de molen.

Verminderde CO2-uitstoot
Windenergie wordt ook wel beoordeeld op de hoeveelheid CO2-uitstoot die ermee wordt vermeden. De redenering is dat kolen- en gascentrales minder hoeven te produceren en de daarbij behorende CO2-uitstoot dan ook minder is. Die berekening is wel wat arbitrair: kolencentrales geven bij dezelfde energieproductie bijvoorbeeld meer CO2 dan centrales op aardgas. Verder kan windenergie natuurlijk ook kernenergie vervangen, in welk geval de verminderde CO2-uitstoot erg klein is. Reductie van de CO2-uitstoot draagt bij aan het afremmen van het broeikaseffect. Dit is de belangrijkste reden dat de regering vanuit het Kyoto klimaatverdrag de bouw van windparken stimuleert.

Duurzame energie maakt onze maatschappij onafhankelijker van de leveranciers van fossiele brandstoffen. Naarmate fossiele brandstof schaarser wordt, wordt de aanvoer onzekerder en duurder. Daarom is het wind-rendement van een windmolen niet zo belangrijk, wel de opgewekte energie in KWh.

Ervaring met windenergieprojecten in Denemarken
Denemarken heeft wereldwijd de relatief grootste bijdrage van windenergie aan de eigen elektriciteitsbehoefte (ca 20%). Mede dankzij deze thuismarkt is de Deense windturbine-industrie marktleider met een omzet van ca. 3 miljard euro per jaar en beheerst ze ca 40% van de wereldmarkt (2003). Denemarken wordt daarom, zowel door voor- als tegenstanders van windenergie, als voorbeeld voor de mogelijkheden en beperkingen van grootschalige inpassing van windenergie gezien.

De situatie van Denemarken is echter niet automatisch te vertalen naar andere landen. Aan de ene kant ligt Denemarken geografisch erg gunstig. Het kan daardoor makkelijk elektriciteit uitwisselen met Duitsland, Zweden en Noorwegen. De laatste twee landen hebben een grote capaciteit aan waterkrachtcentrales die erg geschikt zijn om fluctuaties in het windaanbod op te vangen. Aan de andere kant heeft Denemarken ook een groot aandeel decentrale warmtekrachtcentrales die elektriciteit produceren als er warmtevraag is i.p.v. als er elektriciteitsvraag is. Verder is in de Deense wet vastgelegd dat windelektriciteit altijd voorrang heeft en dat windturbines bij een dreigend overschot niet mogen worden afgekoppeld. Om vraag en aanbod van elektriciteit in balans te houden is Denemarken daarom sterk afhankelijk van elektriciteitsuitwisseling met de buurlanden.

Critici, zoals Ole T. Krogsgaard, vinden het verschil tussen opbrengsten en kosten bij internationale levering en afname van elektriciteit te groot. De kosten van windenergie en decentrale warmtekracht samen in vergelijking met een systeem gebaseerd op moderne conventionele centrales in 2000 werd door hem op 1,3 miljard euro per jaar geschat (Krogsgaard, 2001 geciteerd in Kreuger, 2003). De Deense windturbine organisatie wijst erop dat de onderbouwing van dit getal niet te achterhalen is (persoonlijke communicatie).

Critici wijzen op een aantal incidenten waarbij door een plotse verandering in het windaanbod een black-out dreigde. Voorstanders van windenergie (zoals prof van Kuijk) wijzen erop dat deze incidenten tot een aantal verbeteringen in de windturbines hebben geleid. Zo draaien windturbines bij hogere snelheden door en hoeven ze bij kortsluiting op het net niet meer te worden afgeschakeld.

Na het aan de macht komen van een conservatief-liberale regering in 2001 werd in Denemarken in eerste instantie besloten het aandeel windenergie in Denemarken niet verder uit te breiden. Echter voorjaar 2004 werd teruggekomen op deze beslissing.

Voorjaar 2005 publiceerde de netbeheerder Elkraft een rapport waarin wordt geconcludeerd dat 50% windenergie in 2025 technisch en economisch haalbaar is.

Discussie over windenergie
Critici zoals Halkema, Lukkes en Kreuger menen dat windenergie een achterhaalde methode van elektriciteitsopwekking is. Zij kregen veel aandacht in de uitzending van Zembla en in Elsevier. Zij hebben een aantal boekjes uitgebracht waarin ze hun kritiek met berekeningen proberen te onderbouwen. De manier waarop ze dit doen is niet onomstreden. Het ministerie heeft het ECN betaald om nu eens goed en betrouwbaar op te schrijven hoe het echt zit. Reacties vanuit de windenergiewereld zijn bijvoorbeeld te vinden op de website van de NWEA.

Daarnaast is er vaak fel verzet van omwonenden van toekomstige windparken. Dat komt meestal doordat tegenstanders de publieke opinie zodanig manipuleren dat een deel van de omwonenden zich gaat identificeren met bijvoorbeeld "horizonvervuiling".

Een positievere aanpak is bijvoorbeeld als omwonenden kunnen deelnemen als mede-eigenaar, maat. De deelnemers kunnen zich dan identificeren met "hun" molen, waardoor de weerstand meestal wordt voorkomen. Zo is in Kerkrade een project met 2 turbines geslaagd. Daar waren 600 participaties van 2625 EUR beschikbaar voor omwonenden. Een ander voorbeeld is de boer die een molen naast zijn boerderij heeft staan, en in de slagschaduw en het lawaai woont, maar voor hem wordt dat allemaal ruimschoots gecompenseerd door de winst.

Overheidsbeleid in Nederland
Het overheidsbeleid is er op gericht om in 2010 1500 MW aan land en in 2020 6000 MW windturbines off-shore te hebben. Deze doelstellingen zijn vastgelegd in de Bestuursovereenkomst Landelijke Ontwikkeling Windenergie (BLOW akkoord). En komt rechtreeks voort uit de Kyoto afspraken.

Het overheidsbeleid in Nederland is sterk wisselend geweest. In het begin werd de installatie van windturbines gesteund door middel van steeds wisselende vormen van investeringssubsidies. Daarna door vrijstelling van de REB. Op dit moment wordt windenergie ondersteund via de MEP-regeling.

De bedoeling van deze subsidie is om in het hele land windenergie ongeveer even rendabel te laten zijn, zodat in elke regio windenergie projecten gerealiseerd kunnen worden. Ondersteuning van windenergie dient niet alleen om nu schone stroom op te wekken, maar ook om de industrie de kans te geven om de leercurve te doorlopen en zo tot kostendalingen te komen.

Meer informatie

Bundesverband Windenergie
http://www.wind-energie.de
Alles over windenergie in Duitsland.

Deltawind
http://www.deltawind.nl
Coöperatieve windenergievereniging (Goeree-Overflakkee).

Duurzame Energie
www.duurzame-energie.nl
Site gemaakt door Milieu Centraal. Deze landelijke voorlichtingsorganisatie biedt praktische informatie over energie en milieu in het dagelijks leven. Welke soorten verf zijn minder milieubelastend? Hoe zit het met de subsidie voor een zonneboiler? Wat zijn milieuvriendelijke manieren om bladluizen tegen te gaan? Etcetera.

Duurzame Energie Atlas
http://www.de-atlas.nl
Flash-site die via een interactieve kaart een overzicht geeft van duurzame energieprojecten in Nederland.

Duurzame Energie Nederland
http://www.senternovem.nl/duurzameenergie
Subsite van SenterNovem voor professionals biedt hulp met subsidies en praktische stappenplannen. Met de zogeheten DE-scan kunnen gemeenten een inventarisatie maken van de mogelijkheden op het gebied van duurzame energie.

ECN - Windernergie
http://www.ecn.nl/wind/index.nl.html
Energieonderzoek Centrum Nederland.

Instituut voor Windenergie
http://www.windenergy.citg.tudelft.nl
Onderdeel van de Technische Universiteit Delft dat zich vooral bezighoudt met de ontwikkeling van windturbines. Het instituut staat onder leiding van de enige windprofessor van Europa.

KEMA Windmonitor
http://www.windmonitor.nl
Overzicht van opbrengsten, locaties en ontwikkelingen op het gebied van wind-energie.

Kennemerwind
http://www.kennemerwind.nl
Coöperatieve windenergievereniging.

Milieu Centraal
http://www.milieucentraal.nl
Milieu Centraal geeft praktische milieu-informatie voor consumenten. Milieu Centraal wordt gefinancierd door VROM. Op de site staat ook een persoonlijke milieutest, ontwikkeld door de Consumentenbond en met tips van Milieu Centraal, waarmee u kunt nagaan hoe milieuvriendelijk u bent: http://pmt.consumentenbond.nl/hp_content.html

Ministerie van Economische Zaken
http://www.ez.nl/content.jsp?objectid=20259
Informatie over het Near Shore Windpark voor de kust van Egmond aan Zee.

Newin
http://www.newin.nl
Nederlandse Windenergievereniging.

Noordzeeloket
http://www.noordzeeloket.nl/activiteiten_op_zee/windenergie
Portalsite die informatie geeft over verantwoordelijkheden en taken op de Noordzee van de verschillende overheden en het beleid en de wetten die op de Noordzee gelden. Op deze site is ook een kaart te downloaden met een overzicht van locaties voor windturbineparken en nieuwe initiatieven.

ODE
http://www.duurzameenergie.org
Organisatie voor Duurzame Energie.

Rijkswaterstaat
http://www.rws.nl/rws/dnz/windmolens
Hier is een overzicht te vinden van gebruiksfuncties van het Nederlands Continentaal Plat (NCP), bedoeld voor (potentiële) initiatiefnemers van windturbineparken op zee. Om de gegevens te kunnen downloaden, moet u zich eerst registreren.

Wind op zee
http://www.windopzee.nl
Subsite van SenterNovem informeert over offshore windenergie op het Nederlands continentaal plat, de bouw van het Near Shore Windpark en het overheidsbeleid rond offshore windenergie.

Stichting De Noordzee
http://www.noordzee.nl
Deze stichting zet zich in voor de belangen van de zee. De site bevat veel informatie over windmolenparken in zee.

Windpower
http://www.windpower.org
Uitgebreide site van de Deense windenergiesector.

WSH Wind Service Holland
http://home.planet.nl/~windsh
WSH is gespecialiseerd in de berekening van energieproducties van windturbines. Op de site zijn onder andere statistieken te vinden en een lijst van fabrikanten van windmolens.

Advertentie


Buzz Bouwbuzz
Bouwbuzz is de plek voor informatie over kalkzandsteen. Filmpjes, foto's, interviews, tips.
E-nergie.nl E-nergie.nl
Vergelijk alle energie leveranciers en bespaar honderden euro's door gratis over te stappen.
Hypotheken vergelijken Bizzeker.nl
Bizzeker.nl verstrekt informatie op het gebied van hypotheken, lenen, verzekeren, sparen, pensioen en beleggen.
Wilt u ook hierboven staan?

Bouwnieuws

- Aantal faillissementen in de bouw blijft hoog
- Deeltijd-WW opnieuw verlengd, nu tot 1 juli 2...
- Afgelopen jaar flink meer woningen gebouwd
- Bouw & Installatie: Omzetverlies door vo...
- BouwGarant-aannemer scoort goed bij opdrachtg...
- Subsidie op zonnepanelen blijft zeer populair
- Val van Kabinet is slecht voor de bouwsector
- Vakbonden luiden noodklok over bouwsector
- Rechter: Bouwbedrijf niet zonder timmerman
- Faalkosten groot probleem in bouw- en install...
rss

Poll

Ik zie het jaar 2010 vol vertrouwen tegemoet.

Zeer mee eens
Mee eens
Neutraal
Mee oneens
Zeer mee oneens

Nieuwsbrief

Wilt u onze gratis nieuwsbrief ontvangen?
Nieuwsbrief Vul hier uw e-mail adres in:


Laatst toegevoegde bedrijven

De Interieurstudio
TimmermanVacature.nl
GawaloVacature.nl
LaserNed.nl
Baksteencentrum Limburg BV

Bedrijf van de week

M2B
Categorie: Adviesbureau's
Industrielaan 15 E, 3925 BD
Scherpenzeel (Gelderland)

Partners

BouwVacatures op BouwPlanet

Copyright RealLogic © 2003-2008 | Alle rechten voorbehouden | rss
Bouwtrefpunt.nl