Renovatie
Renovatie van woningen of gebouwen is geen liefhebberij van mensen die het oude willen behouden. Renoveren is noodzakelijk om te kunnen voldoen aan de huisvestingsvraag van de komende eeuwen.
In Nederland staan zo’n 6,8 miljoen woningen. In het huidige bouwtempo komen daar door nieuwbouw zo’n 70.000 woningen per jaar bij. Na aftrek van de gesloopte woningen blijft er een groei van minder dan één procent over. Dus als de gehele nieuwbouwproductie zou worden ingezet om de bestaande voorraad te vervangen, betekent dat, dat een woning gemiddeld langer dan 100 jaar mee moet!
Ook om andere redenen moet renovatie hoog op de prioriteitenlijst komen te staan: uit onderzoek blijkt dat levensduurverlenging in de gebouwde omgeving één van de maatregelen is die de meeste duurzaamheid oplevert.
Conclusie
Renovatie van woningen en utiliteitsgebouwen is noodzakelijk om te kunnen voldoen aan de huisvestingsvraag van de komende eeuwen. De levensduur van woningen en kantoren moet drastisch worden verlengd. Door renovatie kunnen woningen en gebouwen een bijdrage blijven leveren aan de huisvestingscapaciteit van dat moment.
Slopen doe je in principe alleen als het niet anders kan: als het casco of de gebouwde omgeving niet door verbouwing geschikt kan worden gemaakt voor de veranderende marktvraag. In een enkel geval kan sloop en vervangende nieuwbouw, aangevuld met effectieve sociale impulsen, de aangewezen weg zijn om onoverkomelijke minpunten van de bestaande fysieke situatie op te heffen.
Renovatie is minder schadelijk voor het milieu en goedkoper dan sloop gevolgd door nieuwbouw. De winst is vooral gelegen in enorme besparingen op het materiaalgebruik, de hoeveelheid sloopafval, grondverwerving en de aanleg van nieuwe infrastructuur.
Meer dan de helft van de omzet in de bouw komt uit de renovatiemarkt. Kenmerkend is dat nu innovaties worden geïntroduceerd die specifiek zijn voor de renovatiesector. Algemene trend is dat de activiteiten zich verplaatsen van de bouwplaats naar de werkplaats. Componenten worden op maat voorbereid dankzij nauwkeurige (digitale) meetmethoden en verbetering van productietechnieken. Hierdoor is prefabricage in de bestaande bouw mogelijk!
Milieuaspecten
Noodzaak van renoveren en herbestemming
Renovatie van woningen en utiliteitsgebouwen is noodzakelijk om te kunnen voldoen aan de huisvestingsvraag van de komende eeuwen. Professor André Thomsen, hoogleraar woningverbetering en woningbeheer aan de TU Delft, schetste in diverse publicaties het woningbouw-scenario van de komende honderd jaar:
Nederland telt 6,8 miljoen woningen; jaarlijks komt daar in het huidige bouwtempo door nieuwbouw minder dan één procent bij. De rekensom is snel gemaakt: als de gehele nieuwbouwproductie vanaf nu zou worden ingezet om de bestaande voorraad te vervangen, betekent dat, dat een woning gemiddeld langer dan 100 jaar mee moet! Het idee dat een woning 50 jaar mee gaat moeten we dus loslaten, we moeten de levensduur rekken en dat betekent: onderhoud en renovatie.
Levensduurverlenging
Levensduurverlenging in de gebouwde omgeving is één van de maatregelen die de meeste duurzaamheid oplevert. Renovatie is een belangrijk middel om levensduurverlenging op gebouwniveau te realiseren. In een aantal gevallen is renovatie echter niet voldoende of onvoldoende renderend en moet naar levensduurverlenging op buurt- of wijkniveau worden gezocht; sloop en vervangende nieuwbouw kan dan een oplossing zijn.
- In de publicatie 'Hoe milieuvriendelijk is duurzaam bouwen?' behandelt Gerda Klunder dit onderwerp. Van de strategieën om de milieubelasting van materiaalgebruik te verlagen scoren materiaalkeuze (+13%) en levensduurverlenging (+20%) het best. Een langere levensduur heeft tot gevolg dat de milieubelasting per functionele eenheid afneemt, omdat de milieubelasting over een langere periode wordt verdeeld. Dit is in dit Infoblad over renovatie in de eerste plaats een belangrijke constatering omdat renoveren per definitie bijdraagt aan levensduurverlenging en daarmee aan de vermindering van de milieubelasting.
Voorts spelen flexibiliteit en aanpasbaarheid (door Klunder veranderbaarheid genoemd) een belangrijke rol, omdat eisen en wensen voortdurend aan verandering onderhevig zijn.
De maatregelen die Klunder voorstelt zijn in de eerste plaats gericht op het verlengen van de levensduur van (nieuwbouw)woningen door toekomstige veranderingen mogelijk te maken en in te spelen op bewonerswensen. Ook voor renovatie zijn hier nuttige tips bij:
- Keuzemogelijkheden voor bewoner t.a.v. woningindeling
- Keuzemogelijkheden voor bewoner t.a.v. afwerking
- Gebouw geschikt maken voor meerdere woonprogramma’s
- Ontwerp toilet en badruimte op aanpassing voor minder validen
- Rechte steektrap of trap met één kwart
- Uitbreidingsmogelijkheden voor telefoon, data en elektra
- Integrale toegankelijkheid
- Sociale veiligheid
- Verhoogde inbraakwerendheid ramen en deuren
- Scheiden van drager en inbouw
Het is duidelijk dat naarmate de renovatie een meer ingrijpend karakter heeft er meer van deze punten kunnen worden gerealiseerd.
- De SEV-publicatie 'Bouwen met tijd' onderstreept deze bevindingen. De voornaamste aanbevelingen die ook voor renovatie van belang zijn:
- Ontkoppelen van levensduren: sommige componenten zijn eerder aan vervanging toe dan overige delen van het gebouw
- Maak levensstijlbestendige ruimtelijke concepten, bijvoorbeeld: één module van 6x10 m is geschikt als starterswoning, twee/drie boven elkaar is een eengezinswoning/woon-werk-woning, twee naast elkaar is een riant appartement.
- Hoog niveau casco: breng kwaliteiten als thermische isolatie en geluidwerendheid op een hoog niveau aan: het kost veel tijd en geld om die kwaliteiten later alsnog te verhogen.
- Het probleem van de herstructurering: slopen is soms onvermijdelijk
Prof. Thomsen (interview in 'Stedebouw & Architectuur' - sept. 2005) geeft een duidelijke richtlijn voor de afweging slopen + nieuwbouw of renoveren:
- Slopen doe je alleen als het niet anders kan: als het casco niet door verbouwing geschikt kan worden gemaakt voor de veranderende marktvraag.
Thomsen zegt dit met name omdat er aanzienlijk meer sociale huurwoningen worden gesloopt dan dat er bij komen. Daardoor verwacht hij binnen afzienbare tijd een nieuwe woningnood in die sector. Dit is een serieus probleem en moet door politiek en planologie krachtig worden opgepakt.
Toch is het soms onvermijdelijk dat er gesloopt wordt en vervangende nieuwbouw wordt gerealiseerd, vaak met inbreng van nieuwe kwaliteiten, waardoor de buurt als geheel een nieuwe fase kan ingaan. Naast bovengenoemde stelling van Thomsen kunnen er andere redenen zijn om tot sloop te besluiten, zoals de eenzijdigheid van het woningbestand, vorm of (negatieve) uitstraling van de woningblokken, de vorm en inrichting van de openbare ruimte en de ontsluiting of onder- en bovengrondse infrastructuur. Voorbeelden van zinvolle sloop en vervangende nieuwbouw zijn onder meer te vinden in de Bijlmer, Hoogvliet en Nieuw Spoorwijk in Den Haag. In deze voorbeelden is te zien dat alleen door vervangende nieuwbouw, aangevuld met effectieve sociale impulsen(!), de onoverkomelijke minpunten van de bestaande fysieke situatie konden worden opgeheven.
Bijsturen in de woningvoorraad
Het rekensommetje van Thomsen betreft uiteraard gemiddelden. Tal van woningen van eind 19e – begin 20e eeuw zijn zeer geliefd en voldoen nog uitstekend. Wel geldt dat de huidige bouwcapaciteit beperkingen oplevert. Renovatie legt evenzeer beslag op de capaciteit van bouwbedrijven als nieuwbouw en misschien nog wel meer! Het leidt dus niet tot minder werkdruk. Thomsen beaamt in het interview in Stedebouw & Architectuur (september 2005) dat slopen en nieuwbouw soms aanzienlijk eenvoudiger is dan renoveren, maar blijft tegen die optie omdat het met de huidige plannen voor woondifferentiatie niet alleen leidt tot een tekort aan sociale huurwoningen maar ook de sociale structuur van een wijk kan vernielen. Dat dat niet zo hoeft te zijn laten voorbeelden als Bijlmer, Hoogvliet en Nieuw Spoorwijk zien, maar op andere plaatsen dreigt dat weer wel: zie de Crooswijk-protesten (Rotterdam) tegen voorgenomen sloop. Het vereist tijdig bijsturen om niet in het door Thomsen gevreesde scenario terecht te komen.
Waarom is renovatie duurzamer dan slopen + nieuwbouw?
- Renovatie is minder schadelijk voor het milieu dan sloop gevolgd door nieuwbouw. Dit concludeert Gerda Klunder in haar promotieonderzoek 'Sustainable solutions for Dutch housing. Reducing the environmental impacts of new and existing houses'. Zij vergeleek de milieuwinst van duurzame nieuwbouw met ingrepen in de bestaande woningvoorraad. Met een nieuw ontwikkelde methode toont zij aan dat renovatie van de woningvoorraad minder nadelige milieueffecten veroorzaakt dan sloop gevolgd door nieuwbouw. De winst is vooral gelegen in enorme besparingen op het materiaalgebruik en de hoeveelheid sloopafval.
De bestaande instrumenten voor het kwantificeren van de milieuwinst van duurzaam bouwen zijn uitsluitend van toepassing op nieuwbouw. Daarom is een nieuwe methode voor renovatie ontwikkeld, met het instrument Eco-Quantum als uitgangspunt.
De onderzoeker doet een aantal aanbevelingen voor de praktijk. Bouwpartijen kunnen de verkoop van duurzame woningen stimuleren door de voordelen van duurzaam bouwen te vatten in een lagere energierekening, meer comfort en een betere kwaliteit van het binnenmilieu, wat de gezondheid ten goede komt.
- Ook in de publicatie 'Hoe milieuvriendelijk is duurzaam bouwen?' (2002) geeft Gerda Klunder al aan dat levensduurverlenging in de gebouwde omgeving één van de maatregelen is die de meeste duurzaamheid oplevert. Zie subhoofdstuk Levensduurverlenging .
- Sloop gevolgd door vervangende nieuwbouw kan leiden tot minder sociale woningen en kan afbreuk doen aan de sociale structuur van een wijk. Bovendien blijkt uit ‘Sneller renoveren’ van Bouwlokalen (Bouwend Nederland en SBR; zie www.bouwlokalen.nl) dat sloop gevolgd door vervangende nieuwbouw 5 tot 10% duurder is dan renovatie.
Duurzaam renoveren
Door de juiste aandacht te geven aan keuzemogelijkheden in de voorbereiding en uitvoering kan de duurzame kwaliteit van een renovatie worden vergroot. Duurzaam renoveren beperken we hier tot het Planet-thema in de Triple P benadering. Dat de andere P’s bij een renovatie meespelen in de zin van sociale, cultuur- en economische aspecten komt op andere plaatsen in dit Infoblad aan de orde.
Verbeteren energetische kwaliteit
Bij duurzaam renoveren denken we in de eerste plaats aan het verbeteren van de energetische kwaliteit van bestaande woningen en gebouwen. Het leidende model hiervoor is, net als bij nieuwbouw, de Trias Energetica. Dat wil kortweg zeggen dat eerst maatregelen worden genomen om de energievraag te beperken (isoleren, luchtdicht bouwen), vervolgens wordt aan de energievraag zoveel mogelijk voldaan met duurzame energie. Als er tenslotte nog een restvraag naar energie overblijft wordt deze zo efficiënt mogelijk geleverd door fossiele energiebronnen (toepassing hoog rendement (HR-)technieken).
Voor het verbeteren van de isolatie van bestaande gebouwen en het opheffen van koudebruggen geven de SBR-Referentiedetails voor renovatie veel bruikbare informatie.
Overige maatregelen
Naast het verbeteren van de energiekwaliteit zijn er tal van maatregelen die de duurzame kwaliteit van een renovatie kunnen vergroten. Maatregelen op het gebied van duurzame materiaalkeuze, waterbesparing, het verbeteren van het binnenklimaat en het omgevingsmilieu, maar ook verbetering van de toegankelijkheid, veiligheid en flexibiliteit zorgen dat bestaande woningen en gebouwen weer voldoende kwaliteit hebben om voor lange tijd huisvesting te kunnen bieden.
Een goed hulpmiddel voor dit soort maatregelen vormen de Nationale Pakketten Duurzaam Bouwen Beheer die speciaal zijn gericht op renovatie, beheer en onderhoud zowel van bestaande woningen als van utiliteitsgebouwen.
Een andere richtlijn voor het uitvoeren van een duurzame renovatie, die overigens gebaseerd is op het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen, is de ‘Maatlat duurzame renovatie en herbestemming’ die wordt gebruikt voor de groenverklaring van een Groene hypotheek.
Tips voor de particuliere woningeigenaar
Juist omdat een groot deel van de bestaande woningen in handen is van particulieren, zijn er veel renovatie-tips voor de particuliere woning- of appartement-eigenaar. Met behulp van deze informatie kunt u het gesprek aangaan met uw aannemer, architect of adviseur.
De professionele bouwadviseur (aannemer, architect, interieur-adviseur, bouwfysicus, installateur e.d.) kan deze informatie gebruiken om de particuliere woningbezitter te informeren.
Marktaspecten
Markt voor renovatie
De renovatie markt is een snel groeiende markt. BouwNed, de brancheorganisatie van aannemers, geeft aan dat meer dan de helft van de omzet in de bouw uit de renovatiemarkt komt en dat deze markt nog steeds groeit. De bouw is van oudsher gefocust op de nieuwbouwproductie, maar de bouwpraktijk ontwikkelt zich momenteel in een andere richting. Onder meer door de grootschalige herstructurering van naoorlogse wijken is de markt voor renovatie inmiddels groter dan die voor nieuwbouw. Kenmerkend voor deze groeimarkt is dat nu innovaties worden geïntroduceerd die niet meer voortkomen uit modificaties van vindingen die voor de nieuwbouw zijn gedaan, maar die specifiek zijn voor de renovatiesector.
Sneller renoveren door innovaties
BouwNed en SBR besteden in de serie Bouwlokalen aandacht aan ‘Sneller renoveren’. Als een renovatie sneller verloopt betekent dat voordeel voor de bouwonderneming, maar ook voor de opdrachtgever en bewoners. In een enkel geval kregen de bewoners een midweek in een vakantiepark of een dagje uit aangeboden en bij terugkeer was de renovatie achter de rug, was er schoongemaakt en stond er een bloemetje op tafel. Iets wat bij bewoners en opdrachtgevers veel lof oogstte.
Algemene trend is dat de activiteiten zich verplaatsen van de bouwplaats naar de werkplaats. Daar worden componenten op maat voorbereid, wat mogelijk wordt door nauwkeurige (digitale) meetmethoden en verbetering van productietechnieken. Hierdoor is prefabricage in de bestaande bouw mogelijk!
Hiermee hangt samen dat er minder natte verbindingen worden gemaakt en dat stellen en monteren veel belangrijker zijn geworden. Innovatieve verbindingen maken dat mogelijk. En dat niet alleen: nieuwe vindingen maken dat renovatie sowieso haalbaar wordt, zowel technisch als financieel.
Ir. H. van Nunen van de BouwhulpGroep BV geeft in een bijdrage voor Bouwlokalen een overzicht van renovatieconcepten voor een samenhangende aanpak en van een aantal renovatiemaatregelen die ook afzonderlijk kunnen worden toegepast en leiden tot sneller renoveren. Hieronder zijn deze merendeels genoemd, aangevuld met enkele andere concepten en maatregelen.
Renovatieconcepten
Er zijn diverse studies of proefprojecten uitgevoerd voor renovatieconcepten die als gemeenschappelijk kenmerk hebben dat ze een integrale aanpak van – met name – woningen beogen.
- Woninggerichte aanpak
Een complex van een woningcorporatie voldoet niet meer aan de vraag, maar eventuele grootschalige aanpak staat pas over 10 jaar gepland. Oplossing wordt gezocht in het individueel aanpassen van woningen (met name de indeling), bijvoorbeeld bij mutaties, in beperkte tijd (2 – 3 weken) en met beperkt budget (tussen € 10.000 – € 13.000,-; doorbraak kost € 14.000,- meer). De buren mogen geen overlast ondervinden.
Maatregelen:
- doorbraak in dragende wand om betere indelingsmogelijkheden te creëren
- sloopfase door gespecialiseerd bedrijf
- zaagtechnieken in plaats van breken
- IFD-techniek
- nauwkeurige planning: werkzaamheden na elkaar en direct aansluitend
- Genoemde bedragen zijn indicatief en excl. BTW.
- ReFlex
ReFlex is een consortium van kennisinstituten, woningcorporaties en industriële partijen. Zij ontwikkelen organisatievormen die complete en duurzame renovatiesystemen aanbieden. Reflex is een project in het kader van het door SenterNovem gecoördineerde (aflopende) programma Economie, Ecologie, Technologie (E.E.T.).
ReFlex richt zich op de voornaamste renovatiebehoefte van gebruikers: groter gebruikscomfort en grotere afmetingen. Daartoe worden bepalende elementen als gevels, dak, installaties en de gehele binnenafwerking vernieuwd door integrale modules van producten, in samenhang met processen en diensten. Er wordt rekening gehouden met alle exploitatie- en beheersvraagstukken gedurende de totale (verlengde) levensduur van woningen. De ecologische verbetering heeft betrekking op onder andere materiaalkeuze en het energieverbruik in de woningen.
- Plug&Play 2D-gevel
Een Plug&Play 2D-gevel voor renovatie is een toepassing voor woningen die gevelvullende elementen hebben. In de eerste plaats gaat het om de vervanging van de bestaande gevelelementen; maatvoering, detaillering, eventuele stelmogelijkheden, prefabricage, transport, demontage/montage en afvoer van verwijderde elementen zullen goed moeten worden voorbereid.
In de nieuwe gevel kunnen voorzieningen worden aangebracht als ventilatieroosters, regeling voor ventilatie, domotica en verlichting. Verder kunnen er mogelijkheden zijn voor verschillende afwerkingen en kunnen vaste en draaiende delen, doorzichtige en ondoorzichtige vullingen uitwisselbaar zijn. Nieuwe producten als Vacuüm isolatie panelen maken het mogelijk in slanke constructies toch extra voorzieningen op te nemen.
- Innovatieve schilverbetering: 3D-gevel
De 3D-gevel is veel meer dan een uitbreiding van de 2D-gevelvulling: door het toevoegen van een driedimensionale module aan de woning wordt het vloeroppervlak vergroot met 1,50 tot 3,60 meter. Als dit aan beide zijden van een (flat)woning wordt gedaan, betekent dit een substantiële vergroting van het woonvolume.
De modules worden geprefabriceerd in de werkplaats en op een nieuwe fundering geplaatst tegen het bestaande gebouw en daaraan verankerd. Het is denkbaar de module aan de voorzijde te benutten voor vergroting van de woning, terwijl de module aan de achterzijde voor een nieuwe ontsluiting zorgt die aansluiting krijgt op een centrale lift. Vooral voor de talrijke middelhoogbouw portiekflats zonder lift is dit een grote verbetering.
De modules worden uitgevoerd conform de nieuwbouweisen en samen met de mogelijkheden voor een ruimere indeling van de woning biedt dit een forse verhoging van de kwaliteit. De kosten van een innovatieve schilverbetering liggen in de orde van € 100.000,- per woning, maar daarmee wordt de exploitatietermijn dan ook met 40 tot 50 jaar verlengd. WonenBreburg en Panagro zijn in samenwerking met Caubergh-Huygen bezig een eerste project volgens dit systeem op te starten. Dit project heeft de IFD-demonstratieproject-status van VROM en EZ ontvangen.
- Flexibele doorbraak
De Flexibele Doorbraak is een project waarbij woningcorporaties Het Oosten, FarWest en HaagWonen in samenwerking met SBR en adviesbureaus (BDA, Piode en BouwhulpGroep) een nieuw concept hebben ontwikkeld om de naoorlogse portiek-etagewoningen op hoog niveau te renoveren. De kleine en hokkerige indeling van de plattegrond wordt als belangrijkste tekortkoming van deze woningen ervaren. Een indeling die niet makkelijk te wijzigen is doordat een dragende wand er deel van uitmaakt.
De doorbraak werd letterlijk en figuurlijk gevonden door de dragende wand in zijn geheel te verwijderen en te vervangen door een stalen portaal. De toegepaste bouwmethode is uniek: van bovenaf wordt een deel van het dak en de ondergelegen vloeren verwijderd en wordt de wand in delen uit het gebouw gehesen. Vervolgens wordt het geprefabriceerde stalen portaal in het gebouw geplaatst, vooraf al voorzien van de nieuwe installaties. De vloeren worden weer aangestort. De stalen balk die boven de vloer uitsteekt is de basis voor een zwevende vloer waarin alle leidingen volgens het principe van een ringleiding worden aangebracht die ook later nog bereikbaar is. De indeling van de woning wordt nu met lichte scheidingwanden gemaakt.
Door deze ingreep kunnen de woningen op het niveau van nieuwbouw gebracht worden: de woning is ruimtelijker, de indeling is flexibel, de geluidsisolatie is verbeterd door de zwevende vloer en de leidingen lopen in de eigen woning (en niet in die van de buurman, zoals vaak voorheen). Groot voordeel is dat veel sloopafval wordt voorkomen en dat er minder nieuw materiaal nodig is. De kosten van de Flexibele Doorbraak vallen 5 – 10% lager uit dan bij volledige sloop en nieuwbouw.
- Box-in-box systemen
BPB brengt een renovatiesysteem op de markt waarbij voorzetwanden, -plafonds en -vloeren samen een doos-in-doos constructie vormen: de GypBox. De thermische en akoestische isolatie omsluiten de ruimte, hetgeen leidt tot hoge prestaties op het gebied van energiezuinigheid en geluidwering.
Comfort+, een samenwerkingsverband van diverse bedrijven en adviseurs, ontwikkelt daarop voortbordurend een concept waarbij de binnenafbouw van woningen worden gestript, een doos-in-doos constructie wordt ingebouwd waarin bovendien in een voorzetwand watervoerende slangen voor verwarming en koeling zorgen. Door deze opzet kunnen woningen in een woonblok ook worden herverkaveld, omdat met het doos-in-doos principe ook woningscheidende wanden kunnen worden gemaakt. Men wil in dit concept ook flexibele en bereikbare leidingfaciliteiten opnemen, zodat na de renovatie de woning flexibel is qua herindeling.
Duurzaam renoveren en verbetering energiekwaliteit
Wanneer wordt besloten tot grootschalige renovatie van bestaande woningen, geldt dat de woningen na voltooiing moeten voldoen aan de energieprestatie-eisen voor nieuwbouw, sinds 1 januari 2006 een EPC van 0,8. Door een juiste combinatie van bestaande en nieuwe technieken is deze nieuwe norm haalbaar. Goede isolatie en luchtdichtheid van de schil in combinatie met warmtepomp, LTV en warmteterugwinning biedt bij deskundige toepassing voldoende mogelijkheden. Onderzoek en proefprojecten in Duitsland en Oostenrijk hebben aangetoond dat met de passiefhuistechnologie ook in de renovatie van bestaande bouw grote besparingen te realiseren zijn. De jaarlijkse energievraag in de bestaande voorraad voor ruimteverwarming beweegt zich tussen 220-180 kWh/m2 woonoppervlak. Door de passiefhuistechnologie kan dit worden teruggebracht tot 50-30 kWh/m2, wat een besparing oplevert van 17-15 m3 aardgas per m2 woonoppervlak per jaar.
Renovatiemaatregelen
Hieronder een aantal renovatiemaatregelen die in samenhang of afzonderlijk kunnen worden toegepast en leiden tot sneller renoveren, energiebesparing, lagere kosten en grotere tevredenheid van bewoners.
Energiebesparende maatregelen bij renovatie
De eerste stap is altijd trachten de energievraag te beperken. Isoleren van de buitenschil (vloer, gevel, dak) is ook bij renovaties een eerste vereiste. Met de hierboven genoemde concepten is dat binnen handbereik gekomen. Ook de SBR-Referentiedetails Woningbouw – Renovatie geven oplossingen voor het na-isoleren van gevels, vloeren en daken.
Daarnaast zijn er maatregelen op het gebied van installaties die zorgen voor een drastische beperking van het energiegebruik, zoals:
- Vervanging van de oude cv-ketel door een HR-ketel
- Zonne-boiler voor warmtapwater en/of ruimteverwarming
- Warmtepomp in diverse toepassingen (warmtepompboiler, warmtepomp voor ruimteverwarming in combinatie met LTV, bijvoorbeeld LTV-radiatoren)
- Mini- of micro-WKK
- WTW (ventilatielucht, WTW-douchewater, lokale wtw-unit als Climarad, HR-ventilatie met WTW)
- Verbeterde natuurlijke ventilatie gecombineerd met kozijnvervanging.
Doucherenovatie
Prefab douche-elementen, zowel voor vloer, wanden als plafond, bieden de mogelijkheid om snel een doucherenovatie uit te voeren en om een aantal lastige technische zaken als leidingaansluitingen en waterdichtheid van de douchevloer op te lossen. Enige jaren geleden publiceerde SBR hierover de publicatie 'Doucherenovatie, standaardisatie met optimale vrijheid', SBR 471; thans niet meer verkrijgbaar. In praktijkprojecten bleek dit een succesvolle aanpak.
Doucherenovatie is op de traditionele manier een tijdrovende klus die zo’n twee weken in beslag kan nemen. Belangrijker nog is de overlast, doordat de bewoners niet kunnen douchen en regelmatig het water moet worden afgesloten. Door prefabricage en montage kon de doorlooptijd bekort worden tot 3,5 dag.
Toiletlift
Ouderen kunnen langer in hun eengezinswoning blijven wonen dankzij een innovatie die toilet en lift combineert. Het toilet kan zowel op de begane grond als op de verdieping worden gebruikt. Bovendien biedt het de oplossing voor het probleem van de lift in een krap bemeten ruimte. Dit initiatief van Ceres Projecten, projectontwikkelaar van de Vestia Groep Haaglanden, liftfabrikant Kone en Leune Installatietechniek is getest in het sanilift-proefproject in Den Haag.
Draagkracht constructie benutten: optoppen
De constructie van bestaande gebouwen, zowel in de woningbouw als in de utiliteitsbouw biedt soms de mogelijkheid om extra belasting toe te staan. Kantoren of andere utiliteitsgebouwen zijn berekend op de vloerbelasting behorend bij zakelijk of industrieel gebruik, zoals kantoor, archief, showroom, zwaar intern verkeer, etc.
Ook bestaande middelhoogbouwflats hebben volgens de huidige berekeningsmethoden vaak een overmaat in draagkracht van de fundering. Dit biedt voor de bestemming woningen de mogelijkheid om extra verdiepingen te plaatsen op het gebouw (optoppen), zodat het rendement op de investering kan worden vergroot. Voorwaarde is dat de opbouw licht wordt uitgevoerd. Geschikte bouwmethoden hiervoor zijn houtskeletbouw (HSB) en staalframebouw. Bij de laatste kan men grotere overspanningen realiseren (tot 7,5 m).
Innovatieve kozijnvervanging
Voor kunststof en aluminium, maar ook houten kozijnen is kozijnvervanging in één dag mogelijk. De bestaande toestand wordt nauwkeurig elektronisch opgemeten. Het nieuwe kozijn wordt in de werkplaats computergestuurd op maat gemaakt en volledig beglaasd en afgewerkt geleverd. Door goede voorbereiding en doordachte uitvoering is demontage van het oude en montage van het nieuwe kozijn een kwestie van uren.
Kapvervanging in één dag
Het vervangen van een kap is een lastige klus die voor de bewoners veel overlast kan geven. Op de traditionele manier zijn er al snel twee dagen mee gemoeid, waardoor de woning aan het buitenklimaat wordt blootgesteld. Bouwsystemen Economie Light promoot maatschappelijk verantwoorde renovatieconcepten en is een initiatief van Stichting Natuur en Milieu; de voorgestelde oplossingen zijn niet leverancier gebonden. Het uitvoeren van kapvervanging in één dag hangt samen met het maken van goede afspraken tussen de verschillende partijen. In Eindhoven heeft men in een project in één dag vier woningen van een nieuwe kap voorzien. Dit zijn zelfdragende kappen, zodat men onafhankelijk van bestaande gordingen kan werken; men kan ze naar keuze verwijderen of laten zitten.
Geprefabriceerde dakkapel
Volledig beglaasd en afgewerkt wordt een prefab dakkapel op z’n plaats gehesen, verankerd en waterdicht afgewerkt in één dag. Er zijn fabrikanten die, met name naar de particuliere opdrachtgever gericht, keuzemogelijkheden bieden via internet. De koper kan door klikken keuzen maken ten aanzien van breedte van de dakkapel, te openen delen, kleur en afwerking. Maar ook voor professionele opdrachtgevers en bouwers wordt eenzelfde werkwijze gehanteerd.
Vervanging door prefab (gemetselde) schoorsteen
Het vervangen van een gemetselde schoorsteen is een lastige klus door de moeilijk bereikbare werkplek. Een prefab schoorsteen beperkt de complexiteit doordat er op het dak niet meer hoeft te worden gemetseld. Daardoor kan het naar boven brengen van stenen, specie en materieel en de noodzaak van een vaste steiger achterwege blijven. Prefab schoorstenen zijn er van metaal, kunststof en ook prefab gemetseld. Het laatste biedt de mogelijkheid de beeldkwaliteit te bewaren. Door de montagetijd te bekorten kan gewerkt worden met een steiger hangend aan de kraan. Uiteraard blijft het slopen en verwijderen van het oude materiaal een zorgvuldig uit te voeren handeling.
HR-dakbedekking
HR-dakbedekking, ook bekend onder de naam energiedak, is een combinatie van twee maatregelen: het vervangen van dakbedekking op platte daken gecombineerd met het aanbrengen van een warmtecollector. Door twee maatregelen te integreren zorgt dit per saldo voor een versnelde toepassing. Het systeem bestaat uit een ondergrond van isolatiemateriaal, waarin sparingen zijn aangebracht. In deze sparingen wordt een slangensysteem bevestigd en vervolgens wordt de normale dakbedekking hierover aangebracht. De slangen worden door middel van een warmtewisselaar aangesloten op een warmtapwatersysteem dat voorziet in de warmwaterbehoefte van het gebouw. Een van de voordelen van een energiedak is dat de kosten van de collector relatief laag zijn, vooral voor grote oppervlakken. In de utiliteitsbouw zijn deze systemen al vaak toegepast; in de woningbouw zijn er met name mogelijkheden voor de platte daken van meergezinswoningen.
Variatie in de gevel
Wanneer er bij gevelrenovatie te grote eentonigheid dreigt, kan variatie in de gevel worden gebracht. Binnen hetzelfde stramien kunnen bijvoorbeeld drie verschillende afwerkingen worden ontwikkeld die ter keuze van de bewoners worden aangeboden. In een project in Arnhem van 72 eengezinswoningen werden bij het vervangen van de borstweringen drie alternatieven aangeboden: houten delen, stucwerk en emalit (ondoorzichtige coating op glas). De kleurstelling en detaillering was op elkaar afgestemd, zodat over het geheel de eenheid werd bewaard. Het resultaat geeft een levendiger straatbeeld met behoud van eenheid, gerealiseerd met eenvoudige middelen.
Terug naar top
Kwaliteit particuliere woningvoorraad
Najaar 2005 presenteerden zeven marktpartijen, waaronder Bouwend Nederland, de Nederlandse Vereniging van Makelaars en de consumentenorganisaties Vereniging Eigen Huis en VvE Belang, het rapport ‘Nederland verbouwt’. Het rapport bevat een inventarisatie van de kwaliteit van particuliere woningen. De circa 4,4 miljoen particuliere woningen, 65% van het totaal aantal woningen, worden over het algemeen goed onderhouden. Er zijn echter segmenten die aanzienlijke onderhoudsgebreken vertonen, vooral eengezinswoningen in vooroorlogse en vroeg-naoorlogse wijken in gemeenten met minder dan 30.000 inwoners. De initiatiefnemers wijzen ook op andere vormen van veroudering van woningen. Hierbij gaat het niet om de bouwtechnische kwaliteit, want die kan redelijk tot goed zijn. Maar woningen kunnen verouderd zijn alleen al omdat ze niet meer kunnen voldoen aan huidige, algemeen gangbare woonwensen.
De marktpartijen stellen voor om de kwaliteit van de woningen in de genoemde probleemsegmenten te verbeteren door hun diensten te bundelen via een éénloketbenadering. Daarnaast vraagt men de overheid een revolverend fonds te vullen van waaruit particuliere woningeigenaren in de stedelijke vernieuwingsgebieden een laagrentende of renteloze lening kunnen krijgen voor de woningverbetering. Medio 2006 kwam er een voorstel om het plan van Nederland Verbouwt uit te breiden met een energiebesparingsdoelstelling. Bouwend Nederland en de Vereniging Eigen Huis brachten dit advies in als lid van het platform Energietransitie Gebouwde Omgeving onder voorzitterschap van Jan Terlouw.
Beleidsaspecten
Renovatie en herstructurering
Er is geen overheidsbeleid dat uitsluitend gericht is op renovatie. Wel is renoveren op tal van manieren verweven met de grote herstructurering die plaatsvindt in vooral naoorlogse wijken. De beslissing voor renovatie dan wel slopen + vervangende nieuwbouw laat de overheid over aan de marktpartijen.
Juridische aspecten
Bouwregelgeving renovatie
De Woningwet stelt ingrijpende verbouwingen (renovaties) gelijk aan bouwen. Voor 'het geheel of gedeeltelijk vernieuwen, veranderen of het vergroten van een bouwwerk' gelden in principe de nieuwbouweisen in het Bouwbesluit.
In die gevallen waarin niet aan de nieuwbouweisen kan worden voldaan kan de gemeente vrijstelling verlenen, doorgaans tot het niveau van bestaande bouw of tot het zogenaamde ‘rechtens verkregen niveau’. Dit wil zeggen dat, indien het aanwezige niveau al hoger is dan voor bestaande bouw wordt geëist, bij verbouw dat niveau niet lager mag worden. Een voorbeeld daarvan is dat eenmaal aanwezig dubbel glas niet door enkel glas mag worden vervangen.
Energiezuinigheid
Bij het geheel vernieuwen van een bouwwerk gelden de nieuwbouweisen voor EPC, warmteweerstand (gesloten delen buitenschil) en warmtedoorgangscoëfficiënt (kozijnen, ramen en deuren). Onder 'geheel vernieuwen' wordt verstaan: volledige afbraak, gevolgd door nieuwbouw. Daarbij mogen de fundamenten blijven liggen. Bij een dergelijke ingrijpende aanpak is er geen reden deze vervangende nieuwbouw anders te behandelen dan volledige nieuwbouw.
Bij het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk (verbouwing) geldt de EPC niet. Artikel 4 van de Woningwet geeft expliciet aan dat bij verbouw de nieuwbouwvoorschriften slechts betrekking kunnen hebben op de verbouwing, dus niet op een reeds bestaand deel van het bouwwerk. Bij de berekening van de energieprestatiecoëfficiënt moet echter het gehele bouwwerk worden betrokken, dus ook reeds bestaande delen. Daarom is in het Bouwbesluit bepaald dat bij verbouw geen eisen aan de EPC worden gesteld.
Voor de thermische isolatie van de buitenschil gelden bij een verbouwing in principe de nieuwbouweisen. Burgemeester en wethouders kunnen voor het te vernieuwen gedeelte ontheffing verlenen tot een bepaald minimum-niveau voor de warmteweerstand (gesloten delen buitenschil) en vrijstelling van eisen aan de warmtedoorgangscoëfficiënt voor ramen, deuren, kozijnen en daarmee gelijk te stellen constructie-onderdelen.
Eisen bestaande bouw
In het Bouwbesluit worden afzonderlijke eisen gesteld aan nieuwbouw en bestaande bouw. Deze laatsten dienen om te beoordelen of de bouwkundige toestand van een bouwwerk zodanig is dat deze geschikt is voor bewoning (bewoonbaar). Voldoet een woning niet (meer) aan de voorschriften die in het Bouwbesluit voor bestaande bouw zijn gegeven, dan is er sprake van een onbewoonbare woning. Door het treffen van voorzieningen kan de woning weer voor bewoning geschikt worden gemaakt.
Voorbeelden
Winnaar Nationale renovatieprijs, categorie Woningbouw Renovatie: Marnix III, Marnixstraat, Amsterdam
De rond 1884 gebouwde panden verkeerden in slechte staat en stonden op de nominatie om gesloopt en vervangen te worden door nieuwbouw. De buurt verzette zich fel tegen de voorgenomen sloop uit onvrede met de architectonische kwaliteit van de vele nieuwbouw elders in de Marnixstraat. Uit een haalbaarheidsonderzoek werd geconcludeerd dat een met nieuwbouw te vergelijken woningkwaliteit gerealiseerd kon worden. Ondanks de hogere verbouwkosten bleken de totale kosten lager uit te vallen dan bij sloop + nieuwbouw. De halve rug-aan-rug eenkamerwoningen zijn samengevoegd tot kleine driekamerwoningen. Ook zijn er maisonettes met een tuin aan het water gerealiseerd. Marnix III toont aan dat oudere panden in slechte staat tot woningen met een hedendaagse woonkwaliteit getransformeerd kunnen worden achter een zorgvuldig gerestaureerde gevel. De particuliere huurders kunnen participeren in zo’n complexe renovatie.
Groot Handelsgebouw
Het Groot Handelsgebouw dateert uit de periode 1949-1952 en is opgezet als GroothandelsGebouw – een gebouw voor de groothandel – maar de Rotterdammers maakten daar al snel hun GrootHandelsgebouw van. Het kent een megastructuur van 128.000 m2; de bedrijfsruimtes zijn gegroepeerd rond drie binnenhoven (expeditiehoven), waar vrachtwagens goederen afleveren via een intern verkeersstelsel. Inmiddels zitten in dit monument van architect Maaskant vooral kantoren en dienstverlenende bedrijven.
Voor het Groot Handelsgebouw is in 2000 een revitalisatieplan gemaakt door Architectenbureau J. van Stigt uit Amsterdam. Met de renovatie heeft Van Stigt de oude sfeer van het Groot Handelsgebouw weer teruggehaald. Het gehele gebouw is aangepakt. In feite is het gebouw aan de buitenzijde en in de binnenhoven zoveel mogelijk hersteld in de oude luister, kleurstelling en architectuur. De gehele gevel heeft zijn oorspronkelijk structuur van schoon beton weer teruggekregen, originele rode bakstenen muren in de gangen en de oude eiken deuren en vitrines zijn weer in ere hersteld. Het dak kreeg plaatselijk een sedumdak en extra terrassen, zoals dat oorspronkelijk ook de bedoeling was. Verder zijn openbare ruimten hersteld en weer toegankelijk voor publiek.
Tijdens de uitvoering is extra aandacht besteed aan het beperken van geluid- en stofoverlast, is het personeel geïnstrueerd hoe om te gaan met zittende huurders en is uitvoerig voorlichting gegeven aan het publiek.
Flexibiliteit
Het Groot Handelsgebouw in Rotterdam wordt door velen gezien als hét voorbeeld van een flexibel gebouw. Het succes is niet te danken aan nadrukkelijke ideeën van de ontwerpers over flexibiliteit. Het gebouw blijkt min of meer toevallig enkele goede kwaliteiten te hebben meegekregen. Omdat het op voorhand niet duidelijk was wie zich waar in het gebouw zou vestigen, kreeg het Groot Handelsgebouw een neutrale plattegrond, en vanwege de opslagfunctie een zware constructie. De ruimtes zijn zowel bruikbaar als kantoor als voor opslag. De geërfde overdimensionering maakt het mogelijk om lichte en zware activiteiten te huisvesten.
Het herboren gebouw kan zo de komende jaren blijven voorzien in de hedendaagse behoefte aan huisvesting van bedrijven en een rol spelen in de stedelijke omgeving.
Tuindorp Kethel
Tuindorp Kethel is een buurt met 241 eengezinswoningen in de sociale categorie. Oorspronkelijk was deze buurt een satelliet van Schiedam, maar door verstedelijking werd Tuindorp Kethel 'ingepakt' door bebouwing en afgesneden van de stad. De buurt kende een eigen stedenbouwkundige opzet met een uniform en open beeld voor de tuinen en openbaar groen. Een jaar of tien na de bouw kwam een proces op gang waarbij de bewoners zich het openbaar deel van de buurt toeëigenden. Hierdoor kreeg Tuindorp Kethel een uniek, eigen buurtkarakter. Ook de binnenzijde van de huurwoningen (!) werd door de bewoners grondig aangepakt.
Door dit proces is een buurt ontstaan met hoge kwaliteiten als sociale structuur, openbare ruimte met volwassen groen, intimiteit en woongenot. Echter, de technische staat van de woningschil en lekkages maakten grondig ingrijpen noodzakelijk. Vanwege de positieve aspecten besloot de woningcorporatie te renoveren in plaats van slopen.
Zodoende kon de kwaliteit van het openbare gebied, de architectonische waarde en het sociale weefsel behouden behouden blijven, terwijl de corporatie een buurt behield met een hoge kwaliteit, een lage boekwaarde en een hoge marktwaarde.
(Veel) meer renovatieprojecten
Op www.nationalerenovatieprijs.nl vindt u veel beschrijvingen van renovatieprojecten. Alleen al de inzendingen, nominaties en prijswinnaars van de Nationale Renovatieprijs 2005 beslaan al ruim 100 projecten. Bij ieder project vindt u een korte beschrijving van:
- de doelstelling van het project
- prijzenswaardigheden
- rol van de gebruikers
- innovatie en bijzondere kenmerken
- projectgegevens incl. bouwkosten en de veranderde financiële lasten voor de gebruiker, waaronder vermindering stookkosten
Een willekeurige greep uit de lijst geeft een indruk van de breedte van het veld; naast de hierboven genoemde winnaar Marnix III:
- Bagijnhof, Middelburg
- Barlaeus Gymnasium, Amsterdam
- Buurtplus Schuttersveld, Schiedam
- Florijn Noord, Amsterdam (genomineerd)
- Glaspaleis, Heerlen (Winnaar Utiliteitsbouw)
- Hof Loevenstijn, Den Haag (genomineerd)
- Kamerlingh Onnesgebouw, Leiden (Winnaar Utiliteitsbouw)
- Kroevenflats, Roosendaal
- Lijzijdehaven, Groningen
- Opstandingskerk de, Schiedam (Winnaar Woningbouw Herbestemming)
- Pampagras seniorenwoningen, Veenendaal
- Sas 't, Breda (genomineerd)
- Tjalk de, Lelystad
- Tricot de, Winterswijk (genomineerd)
- Tweede Kamer uitbreiding, Den Haag (Winnaar Innovatieprijs)
Overige informatie
De Nationale Renovatieprijs
Om het belang van renovatie te onderstrepen wordt eens in de twee jaar de Nationale Renovatie Prijs uitgereikt aan de meest succesvolle en spraakmakende renovatieprojecten van de afgelopen twee jaar. De Nationale Renovatie Prijs is de enige prijs die zich specifiek richt op de bestaande gebouwenvoorraad. Het doel van de prijs is om de renovatiesector te stimuleren om de kwaliteit van renovatieprojecten op een (nog) hoger peil te brengen. Bovendien wil de prijs renovatie onder de aandacht brengen van een breed publiek. Een onafhankelijke jury kent de prijs toe. De jurybeoordeling is gebaseerd op vooraf vastgestelde criteria.
De Nationale Renovatieprijs, oorspronkelijk in het leven geroepen door Trespa International B.V., wordt sinds 2005 beheerd door de Stichting De Nationale Renovatie Prijs.
In 2007 zal de Nationale Renovatieprijs voor de 11e maal worden uitgereikt. Projectteams van bijzondere renovatieprojecten kunnen zich inschrijven in een van de drie categorieën, te weten Woningbouw Renovatie, Woningbouw Herbestemming en Utiliteitsbouw. Informatie via de website www.nationalerenovatieprijs.nl.
SBR-Referentiedetails Woningbouw – Renovatie
In de serie Referentiedetails van SBR is een uitgave gewijd aan renovatie van woningbouw. De losbladige map bevat in hoofdlijnen een toelichting van de uitgangspunten, een index van de details, detailbladen met één detail per A4 en bijbehorende gegevens op de achterzijde, en bijlagen waaronder Bijlage C: Achtergronden bouwfysische prestaties.
De details zijn uitgewerkt voor de meest gangbare bouwconstructies in de bestaande Nederlandse woningbouw. Bij het uitwerken van de details is waar mogelijk uitgegaan van de minimale nieuwbouweisen van het Bouwbesluit. Voor een aantal situaties is dat niet mogelijk; daar is aangegeven dat er ontheffing moet worden aangevraagd. Wanneer de nieuwbouweis tot onredelijke consequenties leidt, kunnen Bouw- en WoningToezicht ontheffing verlenen tot het specifieke ontheffingsniveau (aangestuurd door het artikel ‘Verbouw’ in het Bouwbesluit), of, als dat hoger is, tot het rechtens verkregen niveau of tot het niveau bestaande bouw.
De SBR-Referentiedetails Woningbouw – Renovatie bevatten de volgende bouwdelen en onderlinge aansluitingen:
- twee draagstructuren (steenachtige wanden + houten vloeren, steenachtige wanden + steenachtige vloeren)
- begane grondvloeren: steenachtige + houten
- bouwmuren: steens metselwerk en beton
- verdiepingsvloeren: steenachtig + hout
- woningscheidende vloeren: steenachtig + hout
- langsgevels: steensmuur + spouwmuur gelijmd/gemetseld
- hellende daken
- platte daken
- voorzetwanden
- kozijnen
- optoppen: houtskeletbouw aansluitingen op bestaande dakvloer en gevels
De referentiedetails zijn beoordeeld op de volgende bouwfysische en bouwtechnische uitgangspunten: thermische kwaliteit, hygrische kwaliteit (voorkomen van condensatie als gevolg van koudebruggen en voorkomen van inwendige condensatie), waterdichtheid, regenwerendheid, geluidwerendheid, brandveiligheid, gebruiksduur, uitvoerbaarheid, arbeidsomstandigheden en toegankelijkheid.




