Cradle to Cradle voor de bouw
De bouw zorgt elk jaar voor zo’n 16 miljoen ton bouw- en sloopafval. Dat is ongeveer 25% van alle afval dat in Nederland vrijkomt. Als het afval in deze sector vermindert is dat een stap in de goede richting.
Wat is Cradle to Cradle?
Cradle to Cradle is een nieuwe ontwerpmethode. Cradle to Cradle betekent demontabel ontwerpen en uitsluitend materialen toepassen die herbruikbaar zijn in een van de volgende kringlopen:
- De biosfeer: Het materiaal is composteerbaar
- De technosfeer: Het materiaal dient in de industrie als grondstof voor nieuwe producten
Cradle to Cradle producten veroorzaken geen afval. De producten dienen na gebruik als ‘voedsel’ voor nieuwe producten. De bedenkers van Cradle to Cradle, Michael Braungart en William McDonough, hebben intussen bewezen dat C2C niet alleen een milieuvriendelijke ontwerpmethode is maar zelfs geld opbrengt. Bedrijven waaronder Ford, Shaw, Nike, Herman Miller, lieten zich inspireren door C2C en verkopen C2C-producten.
Wat betekent Cradle to Cradle voor de bouw?
Cradle to Cradle biedt de mogelijkheid om afvalstromen in de bouw te verminderen en zelfs te laten verdwijnen. In de bouw zijn een aantal aspecten waarop C2Ce invloed heeft:
- Het bouwprogramma
Ontwerpen volgens C2C betekent de bewoners vrijheid en inspraak te geven.
Hierdoor gaat een woning langer mee. Wanneer buitenwanden de drager vormen kan de inbouw van de woning wisselen. De bewoners geven persoonlijke eisen en wensen door aan de architect.
- De samenwerking
C2C integreert vakgebieden. Wanneer de installatietechnisch adviseur in de schetsfase samenwerkt met de architect ontstaan er slimme woningen. De optimale samenwerking tussen de isolatiewaarde van de woning en het rendement van de energie-installatie wordt bepaald. De architect en de installatie technisch adviseur inspireren elkaar met integrale oplossingen. Enkele voorbeelden: Een overstek die de zomerzon tegenhoudt, zomernachtventilatie, warmtewanden, raamluiken die energie opwekken, vloerverwarming, een passiefhuis, vegetatiedaken die de warmte bufferen, een serre welke de lucht voorverwarmt en ga zo maar door!
- De energie-installatie
Een C2C-woning is energieneutraal. Er wordt geen fossiele brandstof gebruikt. Een gas- of elektriciteitsaansluiting is niet nodig. Wellicht is er in de buurt energie te halen door middel van afvalverbranding of een elektriciteitscentrale. Anders wordt er gekozen voor zonnepanelen of een (collectieve) windturbine in combinatie met een warmtepomp.
- De bouwmatrialen
Voor een C2C-woning kiest men geen bouwmatrialen van de X-lijst. Hierop staan bouwmatrialen die mutageen, carcinogeen of in ander zin direct schadelijk zijn voor de gezondheid en/ of de ecologie. Voorbeelden hiervan zijn PUR –schuim, PVC en akrylhydverf.
De materialen van de grijze lijst worden minimaliseert. Deze bouwmatrialen zijn problematisch maar het gevaar is minder urgent dan de X- lijst. Het bevat ook bouwmatrialen waarvoor nog geen betere alternatieven op de markt zijn. Voorbeelden hiervan zijn metalen, houtachtige plaatmaterialen zoals OSB, spaanplaat, MDF, multiplex en (zware) betonproducten.
De voorkeur g gaat uit naar ecologische bouwmatrialen. Deze materialen composteren na gebruik. Bijvoorbeeld Isolatiematerialen op basis van nagroeibare grondstoffen (vlas, hennep, schapenwol, kurk, houtvezelplaten), alle producten met het Natureplus-label, alle volhout met het FSC-label, verf- en lijm waarvan de bind- en vulmiddelen voor het grootste deel bestaan uit minerale en plantaardige grondstoffen en alle stro, riet- en leemproducten.
Ecologische bouwmatrialen zijn gemiddeld 15 -20 % duurder dan conventionele bouwmatrialen. De eigenschappen zijn echter ook beter. Ecologische materialen zijn verwerkingvriendelijk en zorgen voor een gezonde leefomgeving. Vaak brengen ze bijzondere voordelen met zich mee. Een voorbeeld hiervan is het isolatiemateriaal vlasvezel:
De warmtegeleidingcoëfficiënt van vlasvezel is goed (gelijk aan glaswol) en de warmteaccumulatieve eigenschap is circa viermaal zo hoog als bij gangbare isolatiematerialen. Vlasvezel heeft gunstige akoestische eigenschappen omdat de vezels mee veren met de geluidstrillingen. De vezels absorberen van nature vocht als binnen een hoge relatieve luchtvochtigheid is en laten het los bij een lage relatieve luchtvochtigheid. Dit zorgt voor een evenwichtige vochthuishouding in huis. Vlasvezel is ongeveer even duur als glaswol.
- Het openbaar groen
Bij een conventioneel woningbouwproject voorziet de stedenbouwkundige een gebied van parkachtig groen. Parkachtig groen heeft echter geen diversiteit aan biotopen en de biologische kwaliteit is beperkt. Parkachtig groen is ontworpen door een stedenbouwkundige.
Bij het realiseren van een C2C- wijk wordt er een bioloog betrokken bij het stedenbouwkundige plan.
Een bioloog houdt rekening met het natuurdoeltype van het gebied en kijkt of een verbindingszone naar een andere groen gebied mogelijk is.
Biologisch groen is een meer divers oorspronkelijk type groen. Bijvoorbeeld een natuurlijke oever of bos. Dit type groen is belangrijk om de bestaande ecosystemen in Nederland in stand te houden. Om een aanvullende biologische functie aan groen te geven, kunnen planten zoals riet als helofytenfilter functioneren, in combinatie met een vijver, om het afvalwater te reinigen.
Door bewoners inspraak en vrijheid te geven in hun woning, de energie-installatie en het schetsontwerp te integreren, ecologische bouwmatrialen te kiezen en een bioloog bij het stedenbouwkundige plan te betrekken is het voor elke projectontwikkelingsmaatschappij mogelijk een C2C- wijk te ontwikkelen!




