Gerrit Rietveld
Gerrit Thomas Rietveld (Utrecht, 24 juni 1888 - Utrecht, 26 juni 1964) was een Nederlandse architect en meubelontwerper.
Levensloop
Hij leerde het vak van meubelmaker van zijn vader vanaf zijn elfde, en verafschuwde de massieve meubelen die zijn vader produceerde. Hij waardeerde echter het vakmanschap, en hij volgde een avondcursus tussen 1904 en 1908 die hem inzicht gaf in proportie en stijl. In 1911 opende hij zijn eigen meubelmakerij en volgde opnieuw een avondcursus, dit keer in architectuur, bij Piet Klaarhamer, een geestverwant van H.P. Berlage.
Rood-blauwe stoel (1917-18)
Zijn rood-blauwe stoel van 1917/18 was een revolutionair ontwerp en zeer belangrijk in zijn ontwikkeling als meubelontwerper en ook als architect. Dit ontwerp van Gerrit Rietveld werd één van de bekendste ontwerpen binnen de kunstbeweging de-stijl en is een belangrijk voorbeeld van de vroege modernistische ontwerptechniek, die het 'zitten' rationaliseerde en de stoel reduceerde tot een aantal elementaire rechte vormen. Deze stoel, die bestaat uit 15 beukenhouten steunen en twee triplex panelen, toont Rietvelds interesse voor de nieuwe technieken van massaproductie. De houten onderdelen zijn niet verbonden op de conventionele manier, maar met bevestigingen aan de bovenkant of de zijkant. De kleuren , lijnen en vormen doen denken aan het werk van piet mondriaan. Ondanks zijn strakke vorm zit deze stoel zelfs zonder kussens erg comfortabel.
Gerrit Rietveld: "De stoel was speciaal gebouwd om aan te tonen dat het mogelijk is om een mooi object met een ruimtelijke sfeer te ontwerpen dat kan gemaakt worden met eenvoudige machinaal gefabriceerde onderdelen. Ik verzaagde een houten plaat in planken en rechthoeken. Ik deelde het middenste paneel in twee stukken : het zitvlak en de rugsteun en ik maakte het frame uit verschillende lengtes van de plank. Maar ik was wel bezig met een stoel te maken en het kwam nooit bij me op dat dit object zo belangrijk zou worden dat het zelfs de architectuur zou beïnvloeden." Op een opmerking, dat deze stoel vanwege het houten zitvlak niet comfortabel zou zitten, antwoordde Rietveld: "zitten is ook een werkwoord".
De constructie van de stoel is gebaseerd op een module van 10cm welke overeenkomt met ongeveer de dikte van drie steunlatten en deze simpele geometrische constructie is zo eenvoudig dat de stoel kan gemaakt worden zonder enige werktekening. De steunlatten zijn met drevels aan mekaar verbonden en het zitvlak en de rug worden bevestigd met schroeven. Het subtiele mechanische principe van de stoel is niet zo evident. Als een persoon in de stoel zit, zal het zitvlak het gewicht overbrengen naar de verticale stijlen die op hun beurt de onderste horizontale stijlen belasten; maar als het gewicht zich verplaatst naar het rugpaneel zal de verticale stijl in de andere richting neigen. Het frame gedraagt zich als een veer en op die manier heeft de stoel een sterke mechanische weerstand.
Overigens was de stoel in eerste instantie gemaakt van blank hout en zou het tot circa 1923 duren voordat hij zijn kleuren kreeg, toen Gerrit Rietveld onder invloed van zijn collega's van De Stijl, zoals Theo van Doesburg en Vilmos Huszár, meer gebruik ging maken van primaire kleuren. De kleuren rood en blauw voor rug en zitting benadrukten de zitfunctie. de geel geschilderde uiteinden van het zwarte onderstel toonden het snijvlak van coördinaten in de ruimte.
De Rood Blauwe Stoel uit 1918 was een revolutionair ontwerp door zijn strakke vorm, en werd een belangrijk voorbeeld van vroeg-moderne ontwerp techniek. De vorm doet denken aan het werk van Piet Mondriaan. Op een opmerking, dat deze stoel vanwege het houten zitvlak niet comfortabel zou zitten, antwoordde Rietveld: "zitten is ook een werkwoord".
Beugelstoel, hout, ijzer, fiber, 96 x 97 x 87 cm (1927)
In 1927 reeds ontwierp hij een uit één stuk bestaande stoel. Gerrit Rietveld experimenteerde eind jaren twintig met ontwerpen waarbij rug en zitting bestaan uit één gebogen plaat, terwijl de voor- en achterpoten zijn vervangen door zijstukken. De gebogen plaat wordt aan de zijstukken bevestigd, zodat het model stevigheid krijgt. Een originele uitwerking van deze constructie is de beugelstoel. Bij dit metalen buismeubel wordt de stevigheid en de buigzaamheid van het materiaal benut voor het maken van de dragende zijkanten. Deze zijn licht en sterk en glijden gemakkelijk over het vloeroppervlak. De beugelstoel was één van de eerste ontwerpen van Rietveld die door de firma Metz & Co in productie is genomen. Al in de St. Nicolaasfolder van 1931 werden het rechte model en de lage armstoel te koop aangeboden voor fl. 19,75 en fl. 22,50. De gepolijste triplexzitting was in kleur naar keuze leverbaar.
De Zig-Zag stoel (1932)
Hiermee neemt Gerrit Rietveld radicaal afscheid van zijn vroegere stoel-ontwerpen. De zig-zag-vorm heeft als doel om zo weinig mogelijk ruimte weg te nemen in het volume van een kamer.
De Schouwburg in Vreeburg, te Utrecht (1936) (gesloopt).
Leunstoel ontwerp 1936/1937, 67 x 65,5 x 92 cm
Rietvelds eerste ontwerp voor een gestoffeerd meubel. Waarschijnlijk heeft hij de stoel gemaakt omdat de klanten van Metz & Co en zijn eigen particuliere opdrachtgevers behoefte hadden aan gemakkelijke stoelen. De rug en de zitting van de fauteuil staan haaks op elkaar en het verbindingsvlak steunt op de grond. De armleuning en voorpoot zijn eveneens haaks aan elkaar verbonden. De voorkant van de zitting is op tien centimeter hoogte aan de voorpoot bevestigd, waardoor zitting en rug licht achterover hellen. De stoel is bekleed met donkerbruin zeildoek, dat op de naden met een decoratieve visserssteek is vastgenaaid. Na de oorlog is de stoel opnieuw door Metz geproduceerd. Cassina maakt de stoel nu in een ronde variant.
De Stijl
In deze jaren maakte hij kennis met Van 't Hoff, Bart van der Leck, J.J.P. Oud, Theo van Doesburg en andere latere leden van de-stijl, bij welke groep hij zich in 1919 aansloot; zijn meubelontwerpen uit deze jaren, in de karakteristieke primaire kleuren (rood, geel, blauw), zijn dan ook pure realisaties van de opvattingen van de-stijl.
Van 't Hoff had net de stoel gezien die Gerrit Rietveld een jaar tevoren had ontworpen. In die stoel had Rietveld als het ware de ruimte zichtbaar gemaakt. De vorm van het zitmeubel was belangrijker dan het materiaal waaruit het bestond. Het was een uitdrukking van het elementaire zitten. Het geheel was opgebouwd uit zelfstandige onderdelen, uit vlakken, rechte lijnen en haakse hoeken. De leden van De Stijl waren er enthousiast over. Het leek werkelijk mogelijk de ideeën van De Stijl praktisch toe te passen. De stoel werd dan ook in 1919 gepubliceerd in het septembernummer van De Stijl.
Via de-stijl medewerkers leerde Gerrit Rietveld kunstenaars van de internationale avant-garde kennen, zoals el lissitzky, László moholy-nagy en kurt schwitters, met wie hij vriendschappelijke relaties onderhield.
Het Rietveld-Schröderhuis ontwierp Gerrit Rietveld in 1924 in nauwe samenwerking met de latere bewoonster van het huis, de binnenhuisarchitecte Truus Schröder-Schräder. Het huis staat aan de Prins Hendriklaan in Utrecht, en is een zuiver voorbeeld van alles waar De Stijl voor stond. In deze samenwerking bouwde hij ook huizen in de Erasmuslaan in Utrecht (1934).
Tijdens de oorlog bleef Gerrit Rietveld ontwerpen maken in de illegaliteit: hij had zich niet bij de Kultuurkamer aangemeld, en mocht dus officieel vanaf 1942 niet langer zijn beroep uitoefenen. In 1942 ontwierp hij een uit één stuk geperste kunststof stoel.
Na een moeilijke tijd zonder veel aandacht werd 'De Stijl' in de jaren vijftig weer populair, en dit leverde Rietveld werk op in de vorm van overheidsgebouwen. In 1955 ontwierp Gerrit Rietveld een kleurenschema voor de cabine van de Fokker F-27. Hoewel de Fokker-directie zeer enthousiast was, werd het niet toegepast.
In 1961 richtte hij samen met Joan van Dillen en Johan van Tricht het architectenbureau Rietveld Van Dillen Van Tricht op. Gerrit Thomas Rietveld ligt begraven op de Begraafplaats Soestbergen.
(24-6-1888 - 26-6-1964)
Meubelmaker Gerrit Thomas Rietveld ontwerpt een aantal moderne stoelen, waaronder de vernieuwende Rood Blauw stoel (1918). Zijn eerste gerealiseerde woning is het grensverleggende Schröder huis (1924). Het werk van Rietveld uit deze periode kan tot "De Stijl" worden gerekend. Vanaf de jaren dertig zijn de ontwerpen van Rietveld functionalistisch en soberder qua kleurgebruik. Hij sloot zich in 1928 aan bij de CIAM.
Vanaf 1950 ontwerpt Gerrit Rietveld, die zo'n 100 woningen heeft ontworpen, grotere gebouwen waaronder tentoonstellingsgebouwen en kunstacademies. In 1961 vormt hij samen met Joan van Dillen en Johan van Tricht het architectenbureau Rietveld Van Dillen Van Tricht.
De door Gerrit Rietveld ontworpen gebouwen hebben vaak ongebroken vlakken, eerst in stucwerk later in metselwerk. Bouwkundige elementen als lateien en dakranden mochten niet zichtbaar zijn. Van de bouwkundige regel gelijk is ongelijk trok hij zich niets aan. Elementen als dakranden en plinten zijn met een niet duurzame detaillering wegggewerkt. Rietvelds uitgangspunt was dat gebouwen niet voor de eeuwigheid waren ontworpen.
Rietveld-Schröderhuis
Het Rietveld-Schröderhuis is een door Gerrit Rietveld ontworpen woonhuis in Utrecht, gebouwd in 1923-1924. Het is volledig uitgevoerd volgens de ideeën van de kunstbeweging De Stijl. Gerrit Rietveld ontwierp het huis voor Truus Schröder-Schräder, die er van 1924 tot haar dood in 1985 in heeft gewoond. Het huis bevindt zich op het adres Prins Hendriklaan 50 in de wijk Wilhelminapark en is te bezichtigen via een rondleiding. Het staat sinds 2000 op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.
Voorgeschiedenis
Nadat hij enkele verbouwingen had ontworpen, was het Rietveld-Schröderhuis Rietvelds eerste ontwerp voor een compleet woonhuis, inclusief de inrichting. Het werd ontworpen in nauwe samenspraak met de latere bewoonster, mevrouw Truus Schröder-Schräder. Mevrouw Schröder wilde na het overlijden van haar man in 1923 eigenlijk weg uit Utrecht naar Amsterdam om dichter bij haar zus te wonen. Zij vroeg Rietveld haar te helpen zoeken naar een geschikt huis voor haar en haar drie kinderen, maar zowel mevrouw Schröder als Rietveld konden niets geschikts vinden. Ten slotte heeft Gerrit Rietveld haar voorgesteld een nieuw huis te bouwen. Beiden gingen afzonderlijk op zoek naar een geschikt bouwkavel en beiden kwamen uit op een kavel aan de Prins Hendriklaan in Utrecht. Dit kavel was gesitueerd aan de toenmalige stadsrand tegen een blok van 4 woningen, met aan de andere kant het vrije polderlandschap.
Uitgangspunten
Na een eerste ontwerp van Gerrit Rietveld dat niet de goedkeuring van mevrouw Schröder weg kon dragen is het duo verder gegaan aan de hand van ideeën die mevrouw Schröder had over wonen. De kern ervan wordt gevormd door soberheid; niet geleefd worden maar leven. Eén aspect daarvan is het vrije gevoel dat mevrouw Schröder kreeg door letterlijk weg te gaan van het aardse en te stijgen naar een verdieping of zelfs een zolder, zoals zij eens in de woning van een vriendin had ondervonden. In het huis vinden we dat duidelijk terug door de situering van de leefruimten: woonkamer, slaapkamers, alles exclusief de keuken is op de verdieping geplaatst. Ook wilde mevrouw Schröder dat er in alle kamers een gas-, water- en lichtaansluiting was, ruimte voor een bed, en een deur naar buiten (op de benedenverdieping). Dit kwam later van pas toen ze een aantal van deze kamers in onderhuur deed aan studenten.
Ontwerp
Nadat Rietveld en Schröder samen de plattegronden van alle ruimten hadden bepaald ging Gerrit Rietveld aan de slag met een tweede ontwerp. Ook dit ontwerp kon echter mevrouw Schröder niet bekoren: het was een rechthoekig volume met gaten (vensters), waarbij het volume nog steeds de vensterpartijen overheerste. Rietveld werd hierdoor gemotiveerd om met een vervolgontwerp te komen, in eerste instantie een schets. Op deze schets was duidelijk de omkeer van het ontwerp te zien: overgangen van binnen naar buiten die omsloten werden door een stelsel van horizontale en verticale elementen. Deze versie werd door mevrouw Schröder goedgekeurd en door Rietveld verder uitgewerkt.
Bouwvergunning
De tekeningen die Gerrit Rietveld vervolgens heeft gemaakt om een bouwvergunning te verkrijgen tonen eigenlijk totaal iets anders dan mevrouw Schröder en Rietveld in gedachten hebben: de ruimten op de benedenverdieping werden ingevuld als een gangbaar huis, met alle benodigde voorzieningen daarin. De tekeningen van de bovenverdieping lieten helemaal niet zien dat er sprake is van verschillende ruimtes met schuifwanden daartussen (dit is volgens het Nederlandse Bouwbesluit niet toegestaan). Naast deze twee 'trucs' heeft Rietveld nog een derde toegepast om de bouwvergunning te verkrijgen: in de tekening van het zijaanzicht van de woning heeft hij de daklijn van het naastgelegen woningblok zo nadrukkelijk aangegeven, dat het wellicht lijkt dat ook het Rietveld-Schröderhuis een schuin dak heeft. De bouwvergunning werd uiteindelijk zonder verdere eisen of plichten verkregen.
Uitvoering
Uit de werktekeningen die Gerrit Rietveld heeft gemaakt net voor en tijdens de bouw van het huis blijkt duidelijk dat Rietveld uit de meubelmakerswereld komt. In de bouw is het namelijk gangbaar werktekeningen in de schalen 1:1 en 1:20 uit te voeren, Rietveld had ze 1:10 en 1:25 gemaakt.
De tekeningen die Gerrit Rietveld heeft gebruikt voor de aanvraag van de bouwvergunning zijn grotendeels gelijk aan hetgeen daadwerkelijk uitgevoerd is. Zo zijn er bijvoorbeeld op sommige plaatsen draairamen geplaatst in plaats van de uitklapbare ramen die getekend waren. Veel vormen en details werden ook pas op de bouwplaats bepaald, door een schets die Rietveld maakte op een stukje karton of een plankje. Rietveld was veelvuldig op de bouwplaats aanwezig en als hij er niet was ging er wel eens iets mis, omdat de vaklieden niet gewend waren aan de nieuwe en soms wat onconventionele methoden die Rietveld gebruikte om dit huis te realiseren.
In eerste instantie had Gerrit Rietveld het huis uit geprefabriceerde betonelementen willen bouwen. Het bleek echter veel te duur om de elementen voor slechts één woning te laten uitvoeren. Het resultaat is dat alleen de fundering en de balkons van gewapend beton zijn, de overige dichte bouwdelen zijn metselwerk dat vervolgens van een stuclaag is voorzien. Op de verdieping zijn naast de buitenwanden stalen kolommen toegevoegd, omdat hier geen dragende binnenwanden zijn toegepast (en het dakvlak te groot is om in één keer te overspannen).
Stijl
Het huis is erg abstract en eenvoudig, een aaneenschakeling van horizontale en verticale vlakken. In het bestek dat Rietveld voor dit bouwwerk heeft geschreven kwam veelvuldig de term 'vierkant' voor. Muren moesten 'vierkant' gestuct worden, kozijnen dienden 'vierkant' uitgevoerd te worden. Ook de inrichting van het huis is volledig in harmonie met de hoofdvorm: rechthoeken en strakke lijnen voeren de boventoon; Gerrit Rietveld ontwierp de beroemde Zigzagstoel later speciaal voor dit huis. Veel ruimten zijn voorzien van inbouwkasten. In het kleurgebruik is de woning aan de buitenzijde vooral sober: wit en vijf verschillende grijswaarden. Aan de binnenzijde is een iets kleuriger palet gebruikt, maar nog steeds beperkt tot de primaire kleuren. Hieruit blijkt dat we hier met een huis uit de periode van De Stijl te maken hebben. Dit is tegelijkertijd het belangrijkste monument uit de Stijl-periode (sommigen melden zelfs dat dit het énige gebouw uit die periode is), omdat dit het bouwwerk is dat overduidelijk loskomt van alle voormalige stromingen binnen de architectuur en daarmee echt vernieuwend is. Het is tevens het enige bouwwerk van Rietveld dat overduidelijk De Stijl in zich heeft, in andere ontwerpen is de invloed daarvan in veel mindere mate aanwezig.
Huidige situatie
In de loop van de tijd zijn er een aantal dingen aan en om het huis veranderd. In het huis zijn bijvoorbeeld extra bedden geplaatst, er is vloerbedekking vervangen door rubber en linoleum, en ook zijn er kasten bijgekomen en verwijderd. Alles omdat mevrouw Schröder of Rietveld dit nodig achtten voor hun dagelijks leven (Gerrit Rietveld had zijn kantoor op de benedenverdieping en is na de dood van zijn echtgenote bij mevrouw Schröder in gaan wonen). Tevens is er een tijd lang een extra verdieping bovenop het dak geweest, zodat Mevrouw Schröder meer ruimte had en meer privacy, aangezien er veel mensen naar het huis kwamen kijken. Deze verdieping is tijdens de restauratie van het huis, na de dood van mevrouw Schröder, geheel afgebroken. Het huis is toen weer in de oorspronkelijke staat gebracht waarin Rietveld het in de jaren twintig heeft gebouwd. Rondom het huis zijn de wijzigingen dramatischer van aard: eerst was er een geweldig uitzicht naar drie kanten aanwezig (een belangrijke reden voor mevrouw Schröder om voor deze locatie te kiezen), in de huidige situatie loopt vlakbij het huis een vierbaans autoweg (Waterlinieweg) met een viaduct over de Prins Hendriklaan. Doordat het huis daarmee in een 'kuil' kwam te liggen, vond Rietveld dat het zijn ruimtelijke betekenis had verloren en het maar afgebroken moest worden. Het viaduct is overigens betegeld met tegeltjes waarop in het blauw allerlei stoelen van Gerrit Rietveld te zien zijn. Het kunstwerk heeft de toepasselijke naam Sitting in blue.
In 2001 is het Rietveld-Schröderhuis op de UNESCO Werelderfgoedlijst geplaatst. Momenteel is de woning in beheer van het Centraal Museum. Dit museum verzorgt rondleidingen door het gebouw en heeft daarnaast een uitgebreide collectie door Gerrit Rietveld ontworpen meubelen, waarvan een gedeelte (waaronder de bekende rood-blauwe stoel) ook in het huis te zien is.
Gerrit Rietveld Academie
De Gerrit Rietveld Academie (kortweg 'Rietveld Academie') te Amsterdam is een hogeschool voor beeldende kunsten.
De Amsterdamse kunstonderwijsinstelling is gesticht in 1924 na samenvoeging van een drietal oudere kunstscholen, onder meer de Quellinusschool. Zij kreeg de naam 'Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs', kortweg 'Kunstnijverheidsschool'. In de jaren '60 ontwierp de architect Gerrit Rietveld een nieuw, functioneel gebouw, samen met zijn collega's Joan van Dillen en Johan van Tricht. Hij overleed echter geruime tijd vóór het gebouw in 1967 voltooid was, en als eerbetoon aan zijn bouwer werd de Kunstnijverheidsschool in 1968 'Gerrit Rietveld Academie' gedoopt.
Projecten
| verbouwing winkelpui juwelier, Oudekerkhof 27 | Utrecht | 1919
|




